Zoekresultaten voor: "kuks"

Kuks, Jan

Neuroloog UMC Groningen. Stelt met opzet onjuiste diagnose. Weigert eerlijke diagnostiek, informatie en herstelbehandeling aan slachtoffer van medische fout. Het betreft de weigering van oa basale diagnostiek zoals meting bloeddruk en pols(hartritme),weigering om verzoek tot advies van collega-arts adequaat te beantwoorden, weigering om twee brieven te beantwoorden, het sturen van foutieve brieven naar collega-artsen en plegen van fraude in het medisch dossier. Publiceerde in strijd met beroepsgeheim medische gegevens over patiënte.

Falend neuroloog Kuks beschrijft slachtoffers van medische fouten als indringers in de spreekkamer en besmettelijke zaken die de mensheid schaden, Medisch Contact 27-5-2009. Zie: www.jankuks.com www.drkuks.comwww.jankuks.nl en www.rechterhenkwammes.info.
www.rechterunikenvenema.com is te raadplegen via webarchive.org

Op 25 sept. 2009 stond de rechtbank Groningen aan SIN-NL toe :
om de website zwartelijstartsen.nl online te handhaven en
om falend neuroloog Kuks te handhaven op zwartelijstartsen.nl

Neuroloog spande verschillende procedures aan tegen Mr Sophie Hankes stichting SIN-NL om de websites met feiten en documenten over zijn falen als arts offline te krijgen.
SIN-NL hecht aan het publiceren van de waarheid over de medische fout waardoor Sophie Hankes invalide werd en de kwalijke rol van falend neuroloog Kuks als prominent vertegenwoordiger van de KNMG  en zijn zwijgende collega’s. SIN-NL  handhaaft publicatie van de websites.
De websites bevatten feiten en documenten: medische verklaringen door artsen en wetenschappelijke artikelen door artsen, en zijn aldus juridisch gezien rechtmatig, in het kader van art 7 Grondwet en art 10 Europees Verdrag Rechten van de Mens Vrijheid van Meningsuiting.
Lees ook:

GeenDoofpot zet vraagtekens bij sommige zorgverleners

Waar zouden we zijn zonder de medische stand? Nederland staat bekend om zijn hoge niveau van zorgverlening. Dit is een groot goed, waarvoor gestreden mag worden. Hardwerkende, integere zorgprofessionals raken dag in dag uit de levens van iedereen. Wanneer er misstanden aan het licht komen op het gebied van medisch handelen, gaan bij allerlei instanties de alarmbellen rinkelen – en dat is maar goed ook. Maar soms lijkt het erop dat zorgverleners door de mazen glippen, of onvoldoende kritisch bekeken worden. Met alle gevolgen van dien, met name voor slachtoffers van medische fouten. GeenDoofpot gaat hier aandacht aan besteden.

We doen dit in samenwerking met Stichting SIN-NL. Deze Stichting richt zich zowel op het verbeteren van de situatie van slachtoffers van medische fouten (o.a. veroorzaakt door onjuiste diagnostiek en onjuiste behandeling), als op het verminderen van het aantal medische fouten. SIN-NL staat voor: Slachtoffers Iatrogene Nalatigheid-Nederland. Het woord ‘iatrogeen’ betekent letterlijk: ‘veroorzaakt door medisch handelen’. Stichting Geen Doofpot steunt dit initiatief en zal vanaf nu met regelmaat een dubieuze arts in de ‘spotlights’ zetten; om te voorkomen dat doofpotten ontstaan of misstanden worden vergeten. En om patiënten te waarschuwen voor artsen die er wel eens met de pet naar gooien.

Vandaag schenken we aandacht aan de kwestie van Prof. Kuks. Op de eerdergenoemde website lezen we dit over hem: “Neuroloog UMC Groningen. Stelt met opzet onjuiste diagnose. Weigert eerlijke diagnostiek, informatie en herstelbehandeling aan slachtoffer van medische fout. Het betreft de weigering van oa basale diagnostiek zoals meting bloeddruk en pols(hartritme), weigering om verzoek tot advies van collega-arts adequaat te beantwoorden, weigering om twee brieven te beantwoorden, het sturen van foutieve brieven naar collega-artsen en plegen van fraude in het medisch dossier. Publiceerde in strijd met beroepsgeheim medische gegevens over patiënte. Falend neuroloog Kuks beschrijft slachtoffers van medische fouten als indringers in de spreekkamer en besmettelijke zaken die de mensheid schaden, Medisch Contact 27-5-2009.”

Het handelen van Prof. Dr. Kuks zoals dat hier is omschreven wordt ondersteund door dossiers die GeenDoofpot heeft ingezien. De bovengenoemde tekst mocht van de rechter [uitspraak d.d. 25 september 2009] ook gehandhaafd blijven. De website vermeldt daar nog over:
“Op 25 sept. 2009 stond de rechtbank Groningen aan SIN-NL toe om de website zwartelijstartsen.nl online te handhaven en om falend neuroloog Kuks te handhaven op zwartelijstartsen.nl. Deze neuroloog spande verschillende procedures aan tegen Mr Sophie Hankes stichting SIN-NL om de websites met feiten en documenten over zijn falen als arts offline te krijgen. SIN-NL hecht aan het publiceren van de waarheid over de medische fout waardoor Sophie Hankes invalide werd en de kwalijke rol van falend neuroloog Kuks als prominent vertegenwoordiger van de KNMG en zijn zwijgende collega’s. SIN-NL handhaaft publicatie van de websites.”

Bijzonder ‘detail’ is dat rechter Wammes samen met twee andere rechters van het Gerechtshof Arnhem op een gegeven moment Mr. Sophie Hankes persoonlijk veroordeelde tot betaling van een dwangsom van €150.000 voor de website drkuks.com, hoewel de website eigendom is van de stichting SIN-NL. Deze rechter bleek een buurman van de voorzitter van de Artsenfederatie KNMG, die Prof. Kuks in bescherming nam, en wellicht nog steeds neemt. Het bedrag van de dwangsom die Mr. Sophie Hankes maandelijks betaalt (bijna €1.200), vloeit rechtstreeks in de zakken van Prof. Kuks. Hier is volgens Hankes sprake van een arts die geld verdient aan het verzwijgen van een fout van een collega-arts, de Duitse Prof. M. Samii. Op basis van de feiten zoals stichting SIN-NL deze benoemt, hebben we te maken met een arts die profiteert van een doofpot die hij zelf in stand tracht te houden.
Zie voor meer informatie: www.jankuks.com, www.drkuks.com, www.jankuks.nl en www.rechterhenkwammes.info, ini-congress.org, ini-hannover.info, madjidsamiisociety.com, profsamii.de, professorsamii.info, tatagiba.de

Wij hebben nog geen reactie van Prof. Kuks ontvangen.

 

Arnhem-Leeuwarden, Gerechtshof president en 18 rechters-raadsheren

De Achttien falende rechters-raadsheren van Gerechtshof Arnhem en hun president staan ieder afzonderlijk met hun naam op deze website.

President:
Mr. A.R. van der Winkel
Achttien falende rechters bij het Gerechtshof Arnhem:
Mr. A. Smeeing-van Hees
Mr. L.J. Kerpel-van de Poel
Mr. H.L. Wattel
Mr. J.P. Bordes
Mr. W. A. Holland
Mr. H.  Heins
Mr. Y. van Kuijck
Mr. G.Mintjes
Mr. B.J. Lenselink
Mr. A van Maanen
Mr. B. J. J. Melssen
Mr. K.E. Mollema
Mr.drs. R. Prakke-Nieuwenhuizen
Mr. A. J. Smit
Mr. A.W. Steeg
Mr. H. Wammes, zie www.rechterhenkwammes.info
Mr. Weerkamp
Mr. M.W. Zandbergen

Toelichting

Op 5 juli 2011 wezen rechters van het Gerechtshof Arnhem als nevenzittingsplaats van het Gerechtshof Amsterdam een arrest in kort geding inzake hoger beroep ingesteld door Mr. Sophie Hankes, voorzitter SIN-NL tegen het vonnis in kort geding 23 juni 2010 Rechtbank Utrecht.
 Zij bevestigden het juridisch volstrekt illegitieme vonnis dd 23 juni 2010 van vice-president van de rechtbank Utrecht,  rechter Mw. G.A.M.E. van der Burg-van Geest.
Het betrof het tweede kort geding van falend neuroloog Kuks tegen Mr Sophie Hankes dit keer inzake het verwijderen van de website www.jankuks.nl.
Deze rechters negeerden de ingebrachte ernstige feiten en de 51 ingediende bewijsmiddelen. Deze uitspraken zijn aantoonbaar censuur in strijd met art 7 Grondwet en art 10 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Bovendien doorbraken zij de aansprakelijkheid van de rechtspersoon Stichting SIN-NL, eigenaar van de website www.jankuks.nl in strijd met fundamentele rechtsbeginselen.
Last but not least negeerden zij het juridische onderscheid tussen inhoud van de website en de domeinnaam.
Ook de Hoge Raad heeft gekozen voor censuur en nb bij vervroeging een ongemotiveerd arrest gewezen! Hiertegen is tevergeefs in beroep gegaan bij het EHRM, dat zelfs beoordeling afwees.
Door hun juridisch abjecte uitspraken roepen zij de schijn van partijdigheid op, in strijd met de Leidraad onpartijdigheid rechter, de Gedragscode Rechtspraak en art 6EVRM: recht op eerlijk proces.
NB Mw. Mr. A.Smeeing-van Hees blijkt volgens p. 78 van het jaarverslag van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg over 2012 ook lid te zijn van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg!
Mr. B.J. Lenselink
Mr. A.W. Steeg
Mr. H. Wammes

Op 18 sept. 2012 wezen bovenstaande rechters van het Gerechtshof Arnhem een tweede arrest in kort geding inzake het hoger beroep ingesteld door falend neuroloog Kuks tegen Mr. Sophie Hankes, voorzitter SIN-NL tegen het vonnis in kort geding 15 juni 2011 Rechtbank Utrecht.
De Rb Utrecht had de website drkuks.com rechtmatig verklaard en dit paste niet in het straatje van Kuks. Het betrof het derde kort geding tussen falend neuroloog Kuks en Mr Sophie Hankes dit keer inzake het verwijderen van de website www.drkuks.com.
De rechters bij het Hof te Arnhem negeerden de ingebrachte ernstige rechtsfeiten, de bewijsmiddelen, de juridische motivatie en nationale en Europese jurisprudentie. Ook dit arrest van het Hof te Arnhem is in flagrante strijd met de vrijheid van meningsuiting art 7 Grondwet en art 10 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Inmiddels is cassatie ingesteld bij de Hoge Raad, die ongemotiveerd afgewezen werd. Ook het Europees Hof voor de Rechten van de Mens weigerde te oordelen.

Maar het is nog erger gesteld mbt het arrest van het Hof Arnhem september 2012:
Via een anonieme tip kreeg SIN-NL de informatie dat Mr. H. Wammes , raadsheer Hof Arnhem de directe buurman is van Prof dr Rutger Jan van der Gaag, in 2012 voorzitter van artsenorganisatie KNMG. Dit betekent dat er zeer ernstige aanwijzingen zijn voor de schijn van partijdigheid en belangenverstrengeling door Mr H. Wammes.
Van der Gaag had namelijk per mail aan SIN-NL laten weten dat de KNMG neuroloog dr Jan Kuks, UMCG steunde in zijn juridische procedures tegen Mr S. R. Hankes, voorzitter van SIN-NL.
Van der Gaag trad binnen enkele weken af op 1 maart 2016 nadat SIN-NL deze feiten online bekend maakte.
Mr Henk Wammes is nog steeds rechter -raadsheer bij het Gerechtshof Arnhem en zwijgt over de website
www.rechterhenkwammes.info waarop stichting SIN-NL bovenstaande feiten publiceert.

Door hun juridisch ondeugdelijke uitspraken roepen deze zes rechters de schijn van partijdigheid op, in strijd met de Leidraad onpartijdigheid rechter, de Gedragscode Rechtspraak en art 6 EVRM: het recht op een eerlijk proces.

Toevoeging op 18 juni 2015:
 De Zes van Arnhem worden de Negen van Arnhem.
Op 18 juni 2015 spraken de raadsheren Bordes, van Kuijck en Mintjes falend neuroloog Jansen Steur vrij en veroordeelden hem tot een voorwaardelijke celstraf van 6 maanden.
In feite was er sprake van een showproces. Zie verder doofpotdossier Jansen Steur.
—————
Toevoeging op 22 december 2015:
De Negen van Arnhem worden de Twaalf van Arnhem.
Mr K. E. Mollema Jurist. Tot sept 2015 vicepresident Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Lid van het Centraal Tuchtcollege dat op 22 dec. 2015 de berisping tegen de falende cardiologen Baldew, van Beek en Salomonsz van het voormalig Ruwaard van Putten ziekenhuis handhaafde.
Zie voor meer informatie doofpotdossier Ruwaard van Puttenziekenhuis

Mr. Drs. R. Prakke-Nieuwenhuizen
Juriste. Raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Lid van het Centraal Tuchtcollege dat op 22 dec. 2015 de berisping tegen de falende cardiologen Baldew, van Beek en Salomonsz van het voormalig Ruwaard van Putten ziekenhuis handhaafde.
Zie voor meer informatie doofpotdossier Ruwaard van Puttenziekenhuis
Mr. M. W. Zandbergen Jurist. Raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Lid van het Centraal Tuchtcollege dat op 22 dec. 2015 de berisping tegen de falende cardiologen Baldew, van Beek en Salomonsz van het voormalig Ruwaard van Putten ziekenhuis handhaafde.
Zie voor meer informatie doofpotdossier Ruwaard van Puttenziekenhuis.

Toevoeging op 25 januari 2019

Mr. H. Heins
rechter raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden meervoudige kamer strafrecht.Veroordeelde  op 25 januari 2019 ontucht-huisarts W Krook, Steenwijkerwold in hoger beroep tot 1 dag cel & 80 uur taakstraf=vermindering 20 uur. Rechters Hof Arnhem Leeuwarden mr. A.J. Smit,mr. B.J.J. Melssen en mr. H. Heins hechten meer waarde aan verklaring huisarts dan van slachtoffer, zie bericht op www.sin-nl.org.

Mr B.J. J. Melssen
rechter raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden meervoudige kamer strafrecht.
Veroordeelde  op 25 januari 2019 ontucht-huisarts W Krook, Steenwijkerwold in hoger beroep tot 1 dag cel & 80 uur taakstraf=vermindering 20 uur.
Rechters Hof Arnhem Leeuwarden mr. A.J. Smit,mr. B.J.J. Melssen en mr. H. Heins hechten meer waarde aan verklaring huisarts dan van slachtoffer, zie bericht op www.sin-nl.org.

Mr A.J. Smit
rechter raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden meervoudige kamer strafrecht.
Veroordeelde  op 25 januari 2019 ontucht-huisarts W Krook, Steenwijkerwold in hoger beroep tot 1 dag cel & 80 uur taakstraf=vermindering 20 uur.
Rechters Hof Arnhem Leeuwarden mr. A.J. Smit,mr. B.J.J. Melssen en mr. H. Heins hechten meer waarde aan verklaring huisarts dan van slachtoffer, zie bericht op www.sin-nl.org.

Winkel, A. R. van der

Mr . A. R van der Winkel (Fred), president en voorzitter Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden sinds 1 januari 2013.
Deed  namens zes (senior)raadsheren van dat hof, in 2014 het verzoek aan Google om de zoekresultaten te blokkeren die verwezen naar een kritische publicatie van SIN-NL over enkele van de bij dat hof werkzame raadsheren. Google wees dit verzoek af.
Het betreft:
Mr. A. Smeeing-van Hees
Mr. L.J. Kerpel-van de Poel
Mr. H.L. Wattel
———
Mr. B.J. Lenselink
Mr. A.W. Steeg
Mr. H. Wammes zie website www.rechterhenkwammes.info

toelichting:
Mr. A. Smeeing-van Hees
Mr. L.J. Kerpel-van de Poel
Mr. H.L. Wattel
Op 5 juli 2011 wezen bovenstaande rechters van het Gerechtshof Arnhem als nevenzittingsplaats van het Gerechtshof Amsterdam een arrest in kort geding inzake het hoger beroep ingesteld door Mr. Sophie Hankes, voorzitter SIN-NL tegen het vonnis in kort geding 23 juni 2010 Rechtbank Utrecht.
Zij bevestigden het juridisch volstrekt illegitieme vonnis dd 23 juni 2010 van vice-president van de rechtbank Utrecht, rechter rechter Mw. G.A.M.E. van der Burg-van Geest.
Het betrof het tweede kort geding van falend neuroloog Kuks tegen Mr Sophie Hankes dit keer inzake het verwijderen van de website <a href=”http://www.jankuks.nl”>www.jankuks.nl</a>.
Deze rechters negeerden de ingebrachte ernstige feiten en de 51 ingediende bewijsmiddelen.
Deze uitspraken zijn aantoonbaar censuur in strijd met art 10 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Bovendien doorbraken zij de aansprakelijkheid van de rechtspersoon Stichting SIN-NL, eigenaar van de website www.jankuks.nl in strijd met fundamentele rechtsbeginselen.
Last but not least negeerden zij het juridische onderscheid tussen inhoud van de website en de domeinnaam.
De Hoge Raad berustte ongemotiveerd in dit aantoonbaar onrechtmatige arrest.
Door hun juridisch onrechtmatige uitspraken roepen zij de schijn van partijdigheid op, in strijd met de

toelichting
Mr. B.J. Lenselink
Mr. A.W. Steeg
Mr. H. Wammes

Mr Henk Wammes is samen met Mr B.J.  Lenselink en Mr A. W. Steeg, verantwoordelijk voor aantoonbaar onrechtmatige rechterlijke uitspraak (2012) ten nadele van slachtoffer medische fout Mw Mr S R Hankes, voorzitter SIN-NL , oa door negeren van ingediende feiten en documenten in strijd met art 6 (eerlijk proces) Europees Verdrag voor Rechten van de Mens en de schijn van partijdigheid van Mr H. Wammes.

Via een anonieme tip kreeg SIN-NL de informatie dat Mr. H. Wammes de directe buurman is van Prof dr Rutger Jan van der Gaag, in 2012 voorzitter van artsenorganisatie KNMG. Dit betekent dat er zeer ernstige aanwijzingen zijn voor de schijn van partijdigheid en belangenverstrengeling door Mr H. Wammes.

Van der Gaag had namelijk per aan SIN-NL laten weten dat de KNMG neuroloog K. steunde in zijn juridische procedures tegen Mr S. R. Hankes, voorzitter van SIN-NL.
 Het is zeer waarschijnlijk dat er sprake is geweest van onderling overleg tussen van der Gaag en Wammes, en een deal is gesloten. Dit blijkt bij bestudering van het arrest van het Hof van Arnhem, gewezen door Mr H. Wammes, Mr B.J. Lenselink en Mr. A.W. Steeg.
Feiten en documenten ingebracht door de advocaat van Mr S. R.Hankes worden aantoonbaar genegeerd.
—————

Raadsheer op zwarte lijst: wraking toegewezen

Omdat een raadsheer van het gerechtshof Amsterdam op een ‘zwarte lijst’ stond, werd zij gewraakt, en met succes. De lijst was opgesteld door een organisatie die bijhoudt welke artsen ‘falen’ en welke rechters hen ‘de hand boven het hoofd houden’.

De partij die om wraking had verzocht was Google, gevestigd in Mountain View, Californië. De kwestie draaide om de vraag of Google zoekresultaten moet blokkeren bij een zoekopdracht van bepaalde raadsheren in Google Search. Dat verzoek was ingediend door de president van het hof Arnhem-Leeuwarden: er zou sprake zijn van laster, smaad en belediging van raadsheren (van een ander hof) die op de zwarte lijst staan, en belediging van het openbaar gezag (een strafverzwarende omstandigheid). Tegen die beschikking ging Google in hoger beroep.

Vóór de behandeling ontdekte Google dat A.M.A. Verscheure een van de raadsheren was die de zaak zou behandelen. Zij staat vermeld op de zwarte lijst van de stichting SIN-NL (Slachtoffers Iatrogene Nalatigheid), die lijsten bijhoudt van ‘falende artsen’ en rechters die hen ‘de hand boven het hoofd houden’. Verscheure staat op die lijst omdat zijn ‘ten onrechte ‘oordeelde dat een patiënt geen recht had op een kopie van de medisch adviseur van Centramed, aansprakelijkheidsverzekeraar inzake aansprakelijkheid voor medische fout’.

Ook de rechter in eerste aanleg staat op de zwarte lijst. (toevoeging SIN-NL: dit betreft rechter mw R. Mr Dudok van Heel)  Zij liet zich toen ontvallen dat zij niet begreep hoe advocaten het vertegenwoordigen van deze stichting konden verenigen met hun beroepseed, terwijl de advocaat van de wederpartij aandacht had gevraagd voor het feit dat de legal counsel van Google Netherlands B.V. in het verleden advocaat van SIN-NL was geweest. Google vatte dit op als een aanwijzing van haar vooringenomenheid. Ze werd verzocht zich te verschonen, wat ze niet deed.

Voor Google was het cruciaal dat de zaak in hoger beroep met een onafhankelijke en onpartijdige blik wordt behandeld – in het algemeen maar ook met betrekking tot de stichting SlN-NL en diens voorzitter, gezondheidsrechtjuriste Sophie Hankes. Bij raadsheer Verscheure waren er twijfels en daarom moest ze wijken, vond Google.

Het hof gaat daar in mee: dat raadsheer Verscheure laat weten geen enkele moeite te hebben met haar naam op de zwarte lijst is niet van belang. Het gaat Google niet om een mogelijke subjectieve onpartijdigheid maar om de objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. Die vrees is aanwezig, vindt het hof, zodat het wrakingsverzoek werd toegewezen

Kupka, R. W.

Naam
Kupka, Ralph
Beroep
Arts
Specialisatie
Pyschiatrie
BIG nummer
99022304701
BIG nummer
69022304716
Beroep
Pyschotherapeut
Plaats
Amsterdam
Maatregel
Waarschuwing 3 maart 2020 Centraal Tuchtcollege (CT) omdat naar het oordeel van het CT  citaat: “De psychiater heeft verder inzicht getoond in het onjuiste van zijn handelen en heeft verklaard hieruit lering te hebben getrokken”.
SIN-NL: Het CT licht deze opvatting niet toe en ieder bewijs van oprecht inzicht en daadwerkelijk leren ontbreekt.
Kan dit gezien worden als een vorm van de bekende collegialiteit onder juristen en artsen?
Maatregel
Berisping 10 mei 2019 nummer 2018/508. De berisping was opgelegd omdat Kupka zonder toestemming van de patient het dossier las ,dus was er sprake van schending van het beroepsgeheim. Ook heeft hij in zijn schriftelijke verklaring (die hij ondertekende als hoogleraar) volgens de tuchtrechters een ‘selectieve weergave’ gegeven van de feiten.
In hoger beroep is deze berisping veranderd in waarschuwing beslissing 3 maart 2020, zie boven.
Overigens:
Voorzitter van het CT was Mr E. J. van Sandick, hij staat op zwarte lijst van stichting SIN-NL),  lid jurist waren J.M.T. van der Hoeven-Oud en Mr A. Smeeïng-van Hees , zij staat ook op de zwarte lijst van stichting SIN-NL. Met twee van de drie lid-juristen op de zwarte lijst van SIN-NL, is succes verzekerd….
A.C.L. Allertz en I.A. de Boer waren leden-beroepsgenoten, en N. Germeraad-van der Velden was secretaris.


bericht op www.sin-nl.org 30 mei 2019

Tuchtcollege berispt Prof Ralph Kupka, VUmc, psychiater om gebrek aan inzicht in eigen fout

Commentaar SIN-NL
Beide psychiaters Ralph Kupka en Guus Postmes, hebben deze patiente ernstige schade toegebracht.
Psychiater Postmes was ervoor verantwoordelijk dat zij 11 dagen op de Intensive Care behandeld moest worden, ivm intoxicatie met verschillende medicijnen die hr Postmes voorschreef.
Psychiater Kupka, las zonder toestemming van patiente, haar medisch dossier. Dit is wettelijk niet toegestaan, maar bovendien onprofessioneel en onethisch. Dit is geen fout, maar opzet.
Hr Kupka heeft ook een valse verklaring afgelegd om zo zijn collega Postmes, bij het Centraal Tuchtcollege vrij te pleiten.
Het is bovendien onaanvaardbaar dat Kupka nauwelijks inzicht in zijn eigen handelen toont, en dit nb als hoogleraar psychiatrie.
Kupka liet weten eerder in een tuchtzaak inzake schending van zijn beroepsgeheim veroordeeld te zijn:
RTG: www.tuchtrecht.overheid.nl
CTG: www.tuchtrecht.overheid.nl 

De zaak doet sterk denken aan hoogleraar neurologie Jan Kuks die zijn beroepsgeheim schond door te publiceren over een slachtoffer van een medische fout van collega-neurochirurgen en hen ahw vrij te pleiten. Ook hij toont geen inzicht in zijn onprofessioneel, onethisch en onrechtmatig handelen. Sterker Prof Jan Kuks incasseert op basis van een onrechtmatig arrest, tot stand gekomen via een rechter-buurman van de voorzitter van de artsenorganisatie KNMG, 150.000 euro van het slachtoffer, lees www.drkuks.com

————–
Tuchtcollege berispt hoogleraar VUmc om gebrek aan inzicht in eigen fout

Vooraanstaand hoogleraar psychiatrie K. van het VUmc heeft zijn academische titel gebruikt om een (directe) collega bij een GGZ instelling te helpen, nadat deze fouten had gemaakt bij de behandeling van een ernstig zieke patiënte. K. stelde als hoogleraar volgens het tuchtcollege een ‘selectieve’ verklaring op, waarin hij een te positief beeld schetste van de kwestie. De hoogleraar is daarvoor nu formeel door het tuchtcollege berispt:”K. heeft nauwelijks inzicht getoond in de onjuistheid van zijn handelen.”

Volgens vakgenoten, die HP/De Tijd spreekt, is dokter K. een ‘god’ in de psychiatrie. Hij is dé autoriteit als het gaat om manische depressies, schreef mee aan 100 wetenschappelijke artikelen en zo’n 25 boeken over dit onderwerp. Psychiater K. is bovendien opsteller van het Nederlandstalig Handboek voor Bipolaire Stoornissen en voorzitter van het landelijk kenniscentrum op dat terrein (KenBis).

Daarnaast is hij als hoogleraar het academisch visitekaartje van het VUmc in Amsterdam. Tenslotte werkt K. ook nog eens als psychiater een aantal dagen per week bij GGZ inGeest, een instelling voor geestelijke gezondheidszorg, waar hij patiënten met complexe stoornissen behandelt.

In 2016 – zo blijkt uit een uitspraak van het Medisch Tuchtcollege – raakt een directe collega van K., psychiater P. van GGZ inGeest, in de problemen. Een ernstig zieke vrouwelijke patiënt komt gedurende 11 dagen op de intensive care terecht. Mogelijk veroorzaakt door een vergiftiging als gevolg van door Dr. P. voorgeschreven medicatie.

Een ernstig zieke vrouwelijke patiënte komt gedurende 11 dagen op de intensive care terecht. Mogelijk veroorzaakt door een vergiftiging als gevolg van door Dr. P. voorgeschreven medicatie.

De vrouw dient later een klacht in bij het Medische Tuchtcollege omdat zij van mening is dat psychiater P. haar niet adequaat heeft behandeld. Zij wordt daarbij in het gelijk gesteld en P. krijgt een formele waarschuwing.

Om zijn verweer in de zaak bij het tuchtcollege kracht bij te zetten, maakt psychiater P. gebruik van een schriftelijke verklaring van Prof. dr. K., die moet helpen hem vrij te pleiten van de beschuldiging van de vrouwelijke patiënt. K. die op enig moment deel uit maakt van hetzelfde multi-disciplinaire behandelteam, zet de verklaring speciaal voor zijn collega op officieel briefpapier en ondertekent met zijn academische titel: ‘Hoogleraar Bipolaire Stoornissen VU Medisch Centrum.’

Bovendien kijkt professor K. ten behoeve van de schriftelijke verklaring, die zijn collega moest ontlasten, in het behandeldossier van de patiënte. Dit zonder dat zij daar toestemming voor geeft, hetgeen wettelijk verplicht is.

Voor de vrouw in kwestie reden om na het winnen van de tuchtprocedure tegen P. opnieuw een tuchtklacht in te dienen. Dit keer tegen K. omdat hij zich ten onrechte toegang heeft verschaft tot haar medische gegevens én omdat hij volgens haar een ‘rammelende’ verklaring heeft opgesteld, die slechts tot doel heeft om een collega te beschermen in een tuchtprocedure.

De vrouwelijke patiënt wil niet met naam en toenaam genoemd worden (haar identiteit is bij de redactie bekend). Zij verklaart schriftelijk tegenover HP/De Tijd dat zij zich ‘geïntimideerd’ voelde door de verklaring van hoogleraar K. en dat zij het gebruik van zijn academische status in een tuchtzaak tegen een directe collega, ziet als een poging haar de ‘mond te snoeren’:

“Bij deze kan ik u laten weten dat ik me door de verklaring van de heer Professor Dr. K. ernstig geïntimideerd heb gevoeld. Daarnaast heb ik ook ervaren dat deze verklaring een poging was tot het snoeren van mijn mond.”

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam deed zeer recent uitspraak in deze zaak. Het College verklaart in beide gevallen de klacht van de vrouwelijke patiënte tegen K. gegrond. De hoogleraar van het VUmc heeft zich volgens de tuchtrechter schuldig gemaakt aan schending van het beroepsgeheim door in het dossier van de vrouw te kijken zonder haar toestemming.

Ook heeft hij in zijn schriftelijke verklaring (die hij ondertekende als hoogleraar) volgens de tuchtrechters een ‘selectieve weergave’ gegeven van de feiten. Psychiater K. krijgt voor dit laatste de relatief zware maatregel van ‘berisping’ opgelegd, omdat hij volgens het tuchtcollege ‘nauwelijks inzicht toonde in de onjuistheid van zijn handelen’. In de uitspraak lezen we:

“Ten aanzien van het eerste klachtonderdeel is het college van oordeel dat de ernst van het verweerder verweten handelen zodanig is dat niet met een waarschuwing kan worden volstaan. Het college neemt daarbij ook in aanmerking dat verweerder in de polikliniek als ‘primus inter pares’ wordt beschouwd en daarmee een voorbeeldfunctie vervult en ter zitting nauwelijks inzicht heeft getoond in de onjuistheid van zijn handelen. Derhalve acht het college het opleggen van een berisping passend.”

Interessant aan deze zaak is, dat alle feiten vastliggen: Psychiater P. was ‘onvoldoende zorgvuldig’ en zijn directe collega en tevens hoogleraar K. schreef naar het oordeel van het tuchtcollege ten onrechte een ‘selectieve’ verklaring die P. moest helpen vrijpleiten. Het wordt professor K. daarbij zwaar aangerekend dat hij ‘nauwelijks’ begrijpt dat hij een fout heeft gemaakt.

Dat laatste roept vragen op, omdat de hoogleraar van het VUmc zélf zegt dat het overdragen van kennis aan studenten geneeskunde en psychologie één van zijn belangrijke bezigheden is. Hij schrijft op een website over zijn werkzaamheden: “Ik vind het belangrijk om kennis over deze aandoening te verspreiden onder professionals, patiënten en naast betrokkenen, en geeft dus veel lezingen, schrijf artikelen en boeken, en geef colleges aan studenten geneeskunde en psychologie.”

Maar hoe kan K. als hoogleraar nog kennis overdragen aan studenten en anderen namens het VUmc, nu hij volgens het tuchtcollege nauwelijks inzicht heeft in een door hem gemaakte fout en daarvoor zelfs formeel wordt berispt?

In een reactie op dit artikel laat de woordvoerder van de Raad van Bestuur van het VUmc het volgende weten: “De RvB kan nu niet inhoudelijk op het bedoelde dossier reageren, omdat we formeel zijn geïnformeerd dat de betrokken hoogleraar een hoger beroep instelt. Na afronding daarvan zullen we, desgewenst, wel inhoudelijk op het dossier kunnen ingaan.”

Hoogleraar K. heeft niet gereageerd op vragen van HP/De Tijd, wel laat hij via zijn advocate het volgende weten: “In deze zaak stellen mijn cliënt en ik hoger beroep in. De uitspraak zoals deze in eerste aanleg gedaan is, is nog niet definitief.”

Lees hier de volledige uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

AMSTERDAM

Beslissing naar aanleiding van de op 4 december 2018 binnengekomen klacht van:

A

wonende te B,

k l a a g s t e r,

gemachtigde: C,

tegen

D

psychiater,

werkzaam te E,

v e r w e e r d e r,

gemachtigde: mr. P. Mannaart, verbonden aan Arag SE.

1.         De procedure

Het college heeft kennisgenomen van:

–                     het klaagschrift met de bijlagen;

–                     het verweerschrift met de bijlagen;

–                     de correspondentie met betrekking tot het vooronderzoek;

–                     de brief met bijlagen van de gemachtigde van klaagster van 11 februari 2019;

–                     de op 14 maart 2019 binnengekomen brief van de gemachtigde van klaagster met bijlagen.

Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de hun geboden mogelijkheid in het kader van het vooronderzoek mondeling te worden gehoord.

De klacht is op de openbare zitting van 29 maart 2019 behandeld.

Klaagster was niet aanwezig. Zij werd ter zitting vertegenwoordigd door haar gemachtigde, haar echtgenoot. Verweerder was aanwezig met zijn gemachtigde. Beide partijen hebben een toelichting gegeven aan de hand van een pleitnotities, die aan het college en de wederpartij zijn overgelegd.

2.         De feiten

2.1.      Verweerder is als psychiater werkzaam bij F. Daar wordt zorg geboden aan mensen met een psychiatrische aandoening. Bij een polikliniek van deze instelling is verweerder, als primus inter pares, werkzaam in een multidisciplinair team gericht op de behandeling van mensen met een bipolaire stemmingsstoornis met collega-psychiaters, psychologen, verpleegkundig specialisten en sociaal psychiatrisch verpleegkundigen.

2.2.      Klaagster, 47 jaar, is al geruime tijd onder behandeling bij F. In dat kader heeft zij een klacht ingediend tegen een collega-psychiater van verweerder, dr. P. De klacht betreft diens handelen in oktober 2016; klaagster is toen 11 dagen met lichamelijke klachten – mogelijk veroorzaakt door een intoxicatie van de haar voorgeschreven geneesmiddelen – op de IC en de MPU van een universitair medisch centrum opgenomen geweest.

2.3.      Verweerder heeft op briefpapier met het logo van F op verzoek van dr. P. hem een door verweerder persoonlijk ondertekend verslag over het door hem op 4 september 2017 met dr. P. gevoerde overleg gestuurd met de volgende inhoud:

“Amsterdam, 4 september 2017

Geachte collega, beste [..],

Vandaag bespraken wij het indertijd gevoerde beleid bij een patiënte van jou (college: dit betreft klaagster) die op 13 oktober 2016 in het kader van een lopende ambulante behandeling telefonisch contact met je zocht vanwege sinds enkele dagen bestaande lichamelijke klachten (misselijkheid, moeheid, duizeligheid, wankel ter been, en wisselende koorts). Je had haar een week eerder op 6 oktober nog gesproken. Op 12 oktober was bovendien laboratoriumonderzoek gedaan, waaruit bleek dat er sprake was van een trombocytopenie, een licht verstoorde nierfunctie en een lithiumspiegel van 1.24 mmol/l, wat iets hoger was dan haar gebruikelijke spiegel die in het voorafgaande jaar schommelden tussen 0.55 en 1.03, maar op zich niet toxisch.

Je hebt toen ingeschat dat het niet aannemelijk was dat de klachten veroorzaakt werden door een lithiumintoxicatie, maar wel een somatische origine hadden en haar in het telefoongesprek en later nogmaals per email en voicemail geadviseerd om naar de huisarts te gaan voor nader onderzoek. Zij heeft toen per sms-bericht laten weten naar de huisarts te gaan.

Op 17 oktober heb je haar gebeld om daarover terugkoppeling te krijgen maar kon haar niet bereiken, en heb je haar daarover een email gestuurd. Daarop liet patiënte je per email weten dat ze bij de huisarts was geweest en dat die haar naar een internist had verwezen. Op 20 oktober heb je voor de zekerheid de lithiumdosis gehalveerd. Op 24 oktober heb je per telefoon en email met patiënte gecommuniceerd en nogmaals uitleg gegeven over de lithiumspiegel, de trombocytopenie en de noodzaak voor nader onderzoek, en heb je voor de zekerheid besloten om het lithium tijdelijk te staken. Dezelfde dag nog is patiënte opgenomen met een delirant beeld en een trombocytopenie met verhoogde bloedingsneiging. Later blijkt dit naar alle waarschijnlijkheid te berusten op een intoxicatie met tranylcypromine vanwege verstrekking van een verkeerde dosis door wisseling van preparaat.

Je overweging op 13 oktober dat de klachten naar alle waarschijnlijkheid niet toe te schrijven zijn aan een te hoge lithiumspiegel, c.q. een lithiumintoxicatie, en dat het sterk verlaagde trombocytengehalte naar een andere somatische oorzaak kan verwijzen, is mijns inziens klinisch rationeel. Je hebt haar daartoe dan ook verwezen naar de huisarts. Dat je een week later voor alle zekerheid hebt besloten alsnog het lithium te staken doet aan de juistheid van de overweging op 13 oktober en het daarop gebaseerde beleid niets af. Achteraf is overigens gebleken dat het klinische beeld inderdaad een andere oorzaak had.

Natuurlijk kan een behandelaar besluiten om bij een lithiumspiegel van 1.24 mmol/l uit voorzorg de lithiumdosis te verlagen, maar als andere verklaringen voor de klachten op dat moment meer voor de hand liggen, moet daarnaar worden gehandeld, zoals in dit geval. Een trombocytopenie is immers geen symptoom van een lithiumintoxicatie.

Met vriendelijke groet,

Get. [verweerder]

2.4.      De klacht, hiervoor genoemd onder is 2.2, is behandeld bij dit college onder nummer 16/499; daarin is bij beslissing van 18 juli 2017 een berisping opgelegd. Van die beslissing is dr. P. in hoger beroep gekomen bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, in welke procedure hij de hiervoor onder 2.3 door verweerder aan hem gerichte brief van 4 september 2017 heeft overgelegd.

2.5.      Verweerder heeft op 4 september 2017 het patiëntendossier van klaagster geraadpleegd.

3.         De klacht en het standpunt van klaagster

De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat verweerder:

1.   een onzorgvuldige, subjectieve en onwaarachtige verklaring over klaagster heeft opgesteld ten behoeve van het verweer in beroep in de tuchtprocedure, die zij tegen dr. P. aanhangig heeft gemaakt;

2.   onethisch heeft gehandeld, nu hij daartoe klaagsters medisch dossier heeft ingezien zonder haar toestemming.

4.           Het standpunt van verweerder

Verweerder heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden.

Hij voert onder meer aan dat dr. P. hem in september 2017 gevraagd heeft om feedback over zijn inschatting van de toestand van klaagster in oktober 2016, naar aanleiding van een tuchtklacht; het ging daarbij volgens hem met name om de vraag of de lichamelijke klachten van klaagster verband hielden met een lithiumintoxicatie. Het door verweerder daarvan gemaakte interne verslag, dat een samenvatting was van het door hem en dr. P. op 4 september 2017 gevoerde gesprek, is later op verzoek van dr. P. afgedrukt op briefpapier van de instelling en door verweerder ondertekend en gestempeld. Vervolgens heeft dr. P. dit ondertekende document volgens verweerder zonder medeweten gevoegd bij de stukken in de tuchtprocedure in hoger beroep. Van het medisch dossier van klaagster heeft verweerder alleen de voor de problematiek van oktober 2016 relevante onderdelen geraadpleegd, aldus steeds verweerder

Voor zover nodig wordt op een en ander hieronder nader ingegaan.

5.           De beoordeling

5.1.      Bij de tuchtrechtelijke beoordeling van beroepsmatig handelen gaat het om het geven van een antwoord op de vraag of de aangeklaagde beroepsbeoefenaar binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening is gebleven, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in zijn beroepsgroep ter zake als norm was aanvaard.

Wat verweerder als BIG-geregistreerd psychiater door klaagster wordt verweten is geen handelen dat wordt bestreken door de eerste tuchtnorm (art. 47 lid 1, aanhef en onder a, Wet BIG) die kort gezegd betrekking heeft op de relatie tussen een zorgverlener en een patiënt. Volgens de tweede tuchtnorm (art. 47 lid 1, aanhef en onder b, Wet BIG) is de psychiater onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig ander dan onder a bedoeld handelen of nalaten in strijd met hetgeen een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt. Op het door klaagster gestelde handelen of nalaten van verweerder is deze tweede tuchtnorm van toepassing, om de volgende redenen. De gedraging heeft voldoende weerslag op de individuele gezondheidszorg, nu het kort gezegd gaat om het geven van zijn mening over klaagsters behandeling door een collega en het zonder toestemming raadplegen van haar patiëntendossier.

5.2.      Over het eerste klachtonderdeel overweegt het college als volgt.

Verweerder heeft, wetende dat klaagster een tuchtklacht had ingediend tegen dr. P., een verslag van het gesprek met dr. P. op 4 september 2017 opgesteld. Omdat hem dat gevraagd werd door dr. P., heeft hij ongeveer een maand later dat verslag ondertekend op briefpapier van de instelling, zonder bij dr. P. te informeren waarom hij dat alsnog vroeg. Enige maanden later heeft verweerder via een in de polikliniek werkzame sociaal psychiatrisch verpleegkundige, bij wie klaagster in behandeling was, vernomen dat klaagster boos was over de brief die verweerder aan dr. P. had geschreven; ter zitting heeft verweerder verklaard dat hij zich ook toen nog niet heeft gerealiseerd op welke wijze klaagster kennis had gekregen van deze brief.

Het college is niet gebleken dat de geformaliseerde brief alleen bedoeld was als interne feedback. Gezien genoemde feiten en omstandigheden is het college van oordeel dat verweerder redelijkerwijze heeft kunnen, althans behoren te begrijpen dat het door hem op verzoek van dr. P. ondertekende verslag gebruikt zou worden in diens tuchtprocedure en niet enkel en alleen bedoeld was als interne feedback. Voorts stelt het college vast dat de bewoordingen van het verslag er niet op wijzen dat het alleen als interne feedback was bedoeld. Waar verweerder ter zitting heeft verklaard wel degelijk kritiek te hebben gehad op de handelwijze van dr. P., blijkt uit dit verslag niets van die kritiek.

5.3.     Het college dient het verslag van verweerder te beoordelen in het licht van het hiervoor onder 5.2 overwogene, waarbij opgemerkt zij dat aan een verslag dat ook ‘externe werking’ heeft hogere zorgvuldigheidseisen mogen worden gesteld dan aan een verslag dat enkel dient als interne feedback.

Het college is van oordeel dat verweerder in de gewraakte brief een selectieve weergave heeft gegeven van klaagsters situatie en de vraagstelling van dr. P. te beperkt heeft opgevat. Hij diende het door dr. P. gevoerde beleid naar aanleiding van de gepresenteerde klachten te beoordelen, doch heeft zich met name (te) eenzijdig gefocust op de vraag of sprake was van een professioneel ten onrechte verworpen conclusie dat de lichamelijke klachten werden veroorzaakt door een lithiumintoxicatie in engere zin, dan wel dat de symptomen door andere medicatie werden veroorzaakt zoals dr. P. had gesteld; hij had ook de andere medicatie van klaagster en haar algehele toestand in zijn beschouwingen dienen te betrekken. Ter zitting heeft verweerder zich bovendien – als gezegd – meer gedistantieerd van het handelen van dr. P. dan uit de brief blijkt. Aangezien verweerder er redelijkerwijs rekening mee had moeten houden dat de brief werd gebruikt in het kader van een tuchtprocedure, waar het handelen van dr. P. ter beoordeling voorlag, had verweerder dit aspect niet mogen weglaten in zijn verslag. Door aldus te handelen heeft verweerder het vertrouwen in de beroepsgroep geschaad. Klachtonderdeel 1 is derhalve gegrond.

5.4.      Ten aanzien van het tweede klachtonderdeel heeft verweerder erkend dat hij het patiëntendossier van klaagster niet had mogen inzien zonder haar toestemming. Dat is immers in strijd met het beroepsgeheim, nu verweerder niet was aan te merken als een hulpverlener die rechtstreeks betrokken was bij de uitvoering van de behandelingsovereenkomst; Dat verweerder het dossier met goede bedoelingen heeft geraadpleegd om de vraag van dr. P zo goed mogelijk te beantwoorden doet daaraan niet af. Dit klachtonderdeel is daarom eveneens gegrond.

5.5.      De conclusie van het voorgaande is dat de klacht in al haar onderdelen gegrond is. Verweerder heeft gehandeld in strijd met de zorg die hij ingevolge artikel 47 lid 1 onder b van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg jegens klaagster had behoren te betrachten.

5.6.      Wat betreft de op te leggen maatregel overweegt het college als volgt. Ten aanzien van klachtonderdeel 2 is aan verweerder in een eerdere zaak (zie de beslissing van dit college van 14 juni 2018, in de zaak onder nummer 2017, 450) reeds een maatregel opgelegd voor een vergelijkbaar handelen. Ten tijde van het handelen dat thans ter beoordeling voorligt was die klachtprocedure, noch de uitspraak bekend. Het college heeft vastgesteld dat verweerder zich naar aanleiding van die klachtprocedure bewust is geworden van het feit dat ook voor raadpleging van het medisch dossier ten behoeve van collegiale consultatie de toestemming van de patiënt nodig is en dat hij zijn handelwijze daarop heeft aangepast. Dit brengt mee dat het college geen aanleiding ziet om voor dit klachtonderdeel een maatregel op te leggen.

Ten aanzien van het eerste klachtonderdeel is het college van oordeel dat de ernst van het verweerder verweten handelen zodanig is dat niet met een waarschuwing kan worden volstaan. Het college neemt daarbij ook in aanmerking dat verweerder in de polikliniek als ‘primus inter pares’ wordt beschouwd en daarmee een voorbeeldfunctie vervult en ter zitting nauwelijks inzicht heeft getoond in de onjuistheid van zijn handelen. Derhalve acht het college het opleggen van een berisping passend.

6.         De beslissing

Het college:

–         verklaart de klacht gegrond;

–         legt op de maatregel van berisping.

Aldus beslist door:

J.F. Aalders, voorzitter,

T.A. Wouters, H.J. Kolthof en H.C. Baak, leden-arts,

C.E. Polak, lid-jurist,

bijgestaan door C. Neve, secretaris,

en in het openbaar uitgesproken ter zitting van 10 mei 2019 door de voorzitter in aanwezigheid van de secretaris.

WG secretaris                                                                                    WG voorzitter

Crommentuyn, R.

Robert Crommentuyn (1966), journalist vanaf 1998 redacteur en vanaf 20111 adjunct-hoofdredacteur Medisch Contact, weekblad der artsen in Nederland.
Schreef in 2009 het interview met Sophie Hankes over haar rol als voorzitter van SIN-NL en inzet ter verbetering van de positie van slachtoffers van medische fouten. Hierop reageerde falend neuroloog Kuks met zijn ingezonden brief in Medisch Contact 27 mei 2009 waarin hij slachtoffers van medische fouten indringers in de spreekkamer noemde.
Vanaf dit moment begon neuroloog Kuks UMCG zijn kruistocht tegen Sophie Hankes.
Met behulp van de corrupte rechters mr H. Uniken Venema, tot 1.3.2016 voorzitter van de rechtbank Midden Nederland en mr H. Wammes rechter-raadsheer Gerechtshof Arnhem int Kuks onrechtmatig 150.000 ivm een nietig arrest.
Het arrest is nietig omdat mr Wammes de directe buurman blijkt te zijn van Prof. Dr R-J vd Gaag, tot 1.3.2016 voorzitter van artsenorganisatie KNMG die Kuks steunde.
Voor meer informatie lees: www.jankuks.com, www.drkuks.com, www.jankuks.nl en www.rechterhenkwammes.info, ini-congress.org, ini-hannover.info, madjidsamiisociety.com, profsamii.de, professorsamii.info, tatagiba.de

Aartsen, J. F. M.

Mr J.F.M. Aartsen (Jos) Sinds 1.7.2012 voorzitter Raad van Bestuur van het UMCG.
Sinds mei 2008 lid van de Raad van Bestuur UMCG.
Kiest voor het handhaven bij het UMCG van neuroloog J.B.M. Kuks, ondanks zijn plaatsing op zwartelijstartsen.nl, met toestemming van de rechtbank Groningen 2009.
Neuroloog Kuks UMCG:
stelt met opzet foutieve diagnose,weigert eerlijke diagnostiek, informatie en herstelbehandeling aan slachtoffer van medische fout.
Het betreft de weigering van oa basale diagnostiek zoals meting bloeddruk en pols(hartritme),weigering om verzoek tot advies van collega-arts adequaat te beantwoorden, weigering om twee brieven te beantwoorden, het sturen van foutieve brieven naar collega-artsen en plegen van fraude in het medisch dossier. Publiceerde in strijd met beroepsgeheim medische gegevens over patiënte.

Falend neuroloog Kuks beschrijft slachtoffers van medische fouten als indringers in de spreekkamer en besmettelijke zaken die de mensheid schaden, Medisch Contact 27-5-2009. Zie: www.jankuks.com www.drkuks.comwww.jankuks.nl en www.rechterhenkwammes.info.
www.rechterunikenvenema.com is te raadplegen via webarchive.org

Op 25 sept. 2009 stond de rechtbank Groningen aan SIN-NL toe :
om de website zwartelijstartsen.nl online te handhaven en
om falend neuroloog Kuks te handhaven op zwartelijstartsen.nl

Neuroloog spande verschillende procedures aan tegen Mr Sophie Hankes stichting SIN-NL om de websites met feiten en documenten over zijn falen als arts offline te krijgen.
SIN-NL hecht aan het publiceren van de waarheid over de medische fout waardoor Sophie Hankes invalide werd en de kwalijke rol van falend neuroloog Kuks als prominent vertegenwoordiger van de KNMG  en zijn zwijgende collega’s. SIN-NL  handhaaft publicatie van de websites.
De websites bevatten feiten en documenten: medische verklaringen door artsen en wetenschappelijke artikelen door artsen, en zijn aldus juridisch gezien rechtmatig, in het kader van art 7 Grondwet en art 10 Europees Verdrag Rechten van de Mens Vrijheid van Meningsuiting.

Crul, B.

Ben Crul, arts. redactie H&W, vz Fietsmaatjes LeidenLd, ex-sr medisch adviseur Zilv Kruis, ex-hoofdredacteur, Medisch Contact. ex-huisarts, ex hoofdinspecteur SodM. Was in 2009 hoofdredacteur Medisch Contact en heeft ingezonden brief van falend neuroloog Kuks met smaad en laster jegens Mr. Sophie Hankes, voorzitter stichting SIN-NL geplaatst.

Cohen Tervaert, J. W.

Internist-immunoloog, verzwijgt gevolgen ernstige medische fout in medisch dossier en weigert adequate diagnostiek en medische zorg aan slachtoffer van medische fout door collega-artsen.
Was werkzaam in UMCG, MUMC, Reinaertkliniek Maastricht en sinds okt. 2017  werkzaam Director, Division of Rheumatology,  University of Alberta, Canada.
Was aldus oud-collega van neuroloog Kuks, UMCG, zie drkuks.com
Gaf direct na consult een geprint verslag met de mededeling: Er staan fouten in.
Patient zei: fouten kunnen hersteld worden. Cohen Tervaert liep weg.
Kreeg 500 euro betaald voor 1 consult en bloedonderzoek in 2016.
Cohen Tervaert diende aanvankelijk factuur in voor 1000 euro…..
Publiceert nuttig onderzoek naar ASIA syndroom na implantaten*, maar vindt soms het beschermen van falende collega-artsen blijkbaar belangrijker
* 2018 Oct 12. pii: S1568-9972(18)30239-8. doi: 10.1016/j.autrev.2018.07.003.

Autoinflammatory/autoimmunity syndrome induced by adjuvants (ASIA; Shoenfeld’s syndrome): A new flame. Cohen Tervaert JW1.

Abstract
In the present review, recent findings regarding autoimmune/inflammatory syndrome by adjuvants (ASIA) are described. Patients with ASIA present with complaints such as fatigue, cognitive impairment, arthralgias, myalgias, pyrexia, dry eyes and dry mouth.
During the last few years, it has been postulated that these symptoms in patients with foreign body implants are due to a chronic inflammatory process and an adjuvant effect of the implanted biomaterial. Ultimately, these inflammatory reactions result in (an increase of) allergies, autoimmune diseases, immune deficiency and/or lymphomas.
Pre-existent allergic disease has been found to be an important risk factor for the development of ASIA after foreign body implantation.
Explantation of the foreign body results in the majority of patients in an amelioration of the symptoms. There is an urgent need to start adequately adjusted epidemiological studies to obtain better evidence which percentage of patients does develop symptoms and/or diseases such as ASIA, immune deficiency, and/or autoimmune diseases after implant surgery.

KEYWORDS:
ALCL – Anaplastic large cell lymphoma; ASIA- autoimmune/inflammatory syndrome by adjuvants; Explantation; Immune deficiency; Mesh implants; Silicone breast implants
PMID:30316995
DOI:10.1016/j.autrev.2018.07.003

 

Keuter, E.

Emile Keuter, neuroloog te Amsterdam, eerder Meppel en Aruba.
Keuter kiest voor een directe openbare aanval op Mr Sophie Hankes,  slachtoffer van medische fouten.
Zij werd aantoonbaar levenslang invalide door het experimenteel plaatsen van een implantaat bij haar hersenstam door buitenlandse neurochirurgen, waarnaar zij verwezen werd.

Keuter is neuroloog, dus hij is niet bevoegd tot het stellen van psychiatrische diagnose, desalniettemin een psychiatrische diagnose  over een patiënt die hij nooit gesproken, of gezien heeft, hetgeen in verschillende opzichten tuchtrechtelijk verwijtbaar is.

Kiest voor negeren feiten en documenten op drkuks.com
Toont hiermee een volledig gebrek aan basale integriteit als arts en als mens.

Neuroloog Keuter steunt  zijn opleider en  collega dr K neuroloog UMCG die nb 150.000 euro incasseert op basis van aantoonbare leugens over Sophie Hankes, die willens en wetens door rechter-vriendjes genegeerd worden. Van bescheidenheid en integriteit is ook bij deze neuroloog aldus geen sprake.

Neuroloog K. UMCG won deze rechtszaak omdat de voorzitter van de artsenorganisatie KNMG R-J. van der Gaag buurman is van rechter H. Wammes van Gerechtshof Arnhem, die het vonnis medebepaalde….
Na bekendmaking door SIN-NL van deze belangenverstrengeling, trad van der Gaag per 1 maart 2016 snel af.

Mr H. Wammes Rechter- Raadsheer Gerechtshof Arnhem, Albert Cuypstraat 27, Arnhem.
Buurman van voorzitter R-J van der Gaag, voorzitter KNMG, per 1 maart 2016 oud-voorzitter.

zie mini docu Leugens van dr Kuks en corrupte rechters  home pagina www.sin-nl.org 6.20-7.33 min.
Mr H. Wammes is mede-verantwoordelijk voor de  aantoonbaar  onrechtmatige rechterlijke uitspraak ten nadele van slachtoffer medische fout, door negeren van ingediende feiten en documenten in strijd met art 6 (eerlijk proces) EVRM.

Dudok van Heel, R. A. Mr.

Rechter rechtbank Amsterdam: Remmine Antoinette Dudok van Heel geboren 23 april 1965 te Leidschendam.
Bepaalde dat  herstel operatie s PIP borst-implantaten voor rekening zorgverzekeraars, oftewel de zorgverzekerden , vonnis 20 jan. 2016.
Dit vonnis is in strijd met de conclusie van het proefschrift van Mr. J. Hiemstra 2018, waarin zij concludeert dat de aansprakelijkheid voor defecte hulpmiddelen in beginsel bij de zorgverlener ligt. Zie SIN-NL doofpotdossier PIP borst-implantaten. 
Bepaalde 18 juli 2018 dat Google zoekresultaten inzake falende plastisch chirurge uit Zwolle, door medisch tuchtcollege veroordeeld tot voorwaardelijke schorsing, niet mocht publiceren.
Deze rechter negeerde het vonnis van 25 sept. 2009 van de rechtbank Groningen die officeel toestemming verleende aan SIN-NL tot online publicatie van zwartelijstartsen.nl en officeel toestemming verleende om falend neuroloog J.B.M.  Kuks hoogleraar UMCG op zwartelijstartsen.nl te handhaven.
Deze rechter had nooit de zaak van Google mogen behandelen omdat rechter Remmine Dudok van Heel zelf op zwartelijstrechters.org en zwartelijstartsen.nl staat en er dus sprake is van belangenverstrengeling en de schijn van partijdigheid.
Google staat heel sterk om het hoger beroep te winnen.