Informatie over falende artsen, tandartsen, verpleegkundigen, verloskundigen, psychologen, bestuurders, politici, juristen en rechters

Laatste update: 17 april 2019, zie www.bigregister.nl voor meest recente overzicht met namen van zorgverleners met maatregel wegens onvoldoende zorgverlening.

30 januari 2019 :  Leidse huisarts Maarten B. 5,5 jaar cel, tbs en 5 jaar beroepsverbod

18 januari 2019:
Partijdige rechter mw mr R.A. Dudok van Heel laat Google bestrafte arts verzwijgen

Advies: kijk ook op de officiële zwarte lijst rechters van de stichting SIN-NL

Op 25 september 2009, stond de rechtbank Groningen uitdrukkelijk online publicatie van de zwarte lijst toe ECLI:NL:RBGRO:2009:BJ8795  naar aanleiding van een verzoek van dr Kuks, neuroloog UMCG. De rechter  gaf ook toestemming aan SIN-NL om neuroloog Kuks UMCG,  zonder tuchtrechtelijke veroordeling, op de zwarte lijst artsen te  handhaven.

Op 24 oktober 2018 bevestigde de rechter opnieuw de rechtmatigheid van www.zwartelijstartsen.nl.
SIN-NL mag E.F. Hillenaar, in 2010 doorgehaald in het BIG-register als GZ-psycholoog handhaven op zwartelijstartsen.nl met feitelijke tekstuele toevoegingen.

Lees kort interview met voorzitter stichting SIN-NL Mr Sophie Hankes
Lees reactie SIN-NL op kritiek op zwartelijstartsen.nl 18 okt 2018

Deze website dient om patiënten te informeren en te beschermen almede om falende zorgverleners alsmede anderen betrokken bij juridische oordeels- of beleidsvorming inzake gezondheidszorg ter verantwoording te roepen.
Deze website is niet bedoeld als leedtoevoeging of schandpaal.

Deze website wordt gepubliceerd in het kader van het algemeen belang, de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid en is volledig gebaseerd op feiten en documenten.
SIN-NL houdt zich verre van lichtvaardige en ongefundeerde beschuldigingen.
De inhoud van deze website betreft witte boorden criminaliteit volgens de definitie van Edwin Sutherland.
Let op: tuchtcolleges leggen in minder dan 20 % een maatregel op aan falende zorgverleners en dan meestal een waarschuwing. De namen van falende zorgverleners aan wie een waarschuwing is opgelegd, worden niet gepubliceerd in het overzicht van het BIG-register.

Op 14 januari 2017 introduceerde SIN-NL het begrip sjoemelarts, met als voorbeeld neuroloog J.B.M.Kuks.

29 juni 2017: Minister Schippers besluit tot meer openbaarmakingen Inspectie Gezondheidszorg, in het kader van transparantie, het algemeen belang en het aanzetten tot verbeteren van kwaliteit van prestatie!

Artikel Mr Sophie Hankes, SIN-NL:
Openbaarmaking tuchtstraf maakt zorg beter.

Tuchtcollege 21 maart 2017:
waarschuwing aan P.M.S. Schröder, longarts Tergooiziekenhuis ivm overlijden van Rogier Mooij 21jr

Dr P. M. S. Schröder longarts is verantwoordelijk is voor de dood van Rogier Mooij en kreeg bovenstaande waarschuwing voor het onnodig overlijden van deze 21-jarige jongen….
De grote vraag is: waarom ging longarts Schröder om 17.00 uur naar huis, terwijl hij wist dat Rogier Mooij rond dat tijdstip per ambulance bij zijn ziekenhuis aankwam en  naar zijn afdeling werd gebracht.
Wat was er belangrijker?
Het leven van deze jongen en het leed dat de nabestaanden wordt aangedaan telt niet of nauwelijks….
De onderste steen moet boven.
Er moet helderheid komen over de onnodige dood van Rogier.
Wie waren betrokken, wie waren verantwoordelijk, wie waren nalatig.
Longarts Schröder  hoort zich in sowieso te zetten voor de verbetering van de kwaliteit van zorg en voor verbetering van de positie van slachtoffers van medische fouten en hun nabestaanden.

Deze rechters van het medisch tuchtcollege Amsterdam gaven hem slechts een waarschuwing:
mr. A.A.A.M. Schreuder, voorzitter,
drs. J.I. van der Spoel,
drs. J.J.C.M. Rooijmans – Rietjens
dr. J.P. van der Sluijs, leden – artsen beroepsgenoten,
mr. dr. A. Wilken, lid – jurist,
mr. S.S. van Gijn, secretaris

Let op onderstaande informatie is verstrekt door de BIG-Informatielijn Agentschap CIBG :
De Wet BIG maakt gebruik van de term ” doorhalen”:
-op verzoek van de ingeschrevene,
-op grond van een tucht- en/of strafrechtelijke maatregel of
-vanwege het verstrijken van de uiterste herregistratiedatum.
Wanneer er sprake is van een beroepsverbod, opgelegd door een Nederlandse of buitenlandse rechter, dan is de doorhaling als zodanig terug te vinden  in het overzicht van zorgverleners aan wie een maatregel of bevel is opgelegd, zie www.bigregister.nl.
Doorhaling in het BIG-register betekent dat de zorgverlener in Nederland niet mag werken in zijn beroep. Dit houdt niet in dat hij het beroep niet mag uitvoeren in het buitenland.

T:  BIG-informatielijn 0900-8998225  vanuit het buitenland, ook vanuit Nederland 0031 (0)70-3406600
F:  0031 (0) 70-3405966 E:  info@bigregister.nl W: http://www.bigregister.nl

Internationale Zwarte Lijsten

    • sst.dk, zorgverleners Denemarken
    • sak.no, zorgverleners Noorwegen

Tol, S. A. van

Naam
Tol, Sylvia Alexandra van
Geslacht
Vrouw
BIG-nummer
79914310630
Beroepsgroep
Verpleegkundigen
Plaats
Vlaardingen
Aantekening
Bij de inschrijving in het register van artsen is per 16 oktober 2017 een bevoegdheidsbeperkende aanwijzing van de IGJ aangetekend met ingangsdatum 29 september 2017.
Deze aanwijzing houdt in dat de beroepsbeoefenaar geen zorg mag verlenen als bedoeld in de Wkkgz, totdat zij – naar het oordeel van de inspectie – voldoende aantoonbaar heeft gemaakt dat haar gezondheid zodanig is dat zij blijvend goede zorg kan verlenen aan cliënten. Zij dient dit aantoonbaar te maken door middel van een zorgvuldig opgestelde schriftelijke medische verklaring, die is opgemaakt door een onafhankelijke deskundige, die staat ingeschreven als arts in het BIG-register.
De maatregel is opgelegd vanwege: niet voldoen aan de voorwaarden voor het bieden van goede zorg. Tegen het bevel kan binnen zes weken na oplegging een rechtsmiddel worden ingesteld.

Tolman, J.

Naam
J. Tolman
Geslacht
Man
BIG-nummer doorgehaald
49031515030
Beroepsgroep
Verpleegkundigen
Beperking BIG-register
De inschrijving in het register van verpleegkundigen is per 8 mei 2013 doorgehaald.

Toorn, B.Y. van

Naam
Toorn, Brigitta Yolanda van
Geslacht
Vrouw
BIG-nummer
99059832225
Beroepsgroep
Gz-psychologen
Plaats
Groningen
Aantekening
Bij de inschrijving in het register van GZ-psychologen is per 20 december 2016 aangetekend dat deze zorgverlener een berisping is opgelegd. De maatregel is opgelegd vanwege afgifte van een onjuiste verklaring of rapport.
————————
www.tuchtrecht.overheid.nl

C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E

voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2016.126 van:

A., gz-psycholoog, werkzaam te B., appellante, verweerster in eerste aanleg, gemachtigde: mr. F. van Woerden-Poppe, verbonden aan de stichting VvAA Rechtsbijstand te Utrecht,

tegen

C., verblijvende te D., verweerder in beroep, klager in eerste aanleg, gemachtigde: mr. B.J. Visser, advocaat te Breda.

1.        Verloop van de procedure

C. – hierna klager – heeft een klacht ingediend die, na doorzending, door het Regionaal Tuchtcollege te Eindhoven is ontvangen op 1 juli 2015 tegen mevrouw  A. – hierna de gz-psycholoog. Bij beslissing van 15 februari 2016, onder nummer 1586, heeft dat College de klacht deels gegrond verklaard en aan de gz-psycholoog voor het gegrond verklaarde deel de maatregel van berisping opgelegd.

De gz-psycholoog is van die beslissing tijdig in beroep gekomen. Klager heeft een verweerschrift in beroep ingediend.

De zaak is in beroep behandeld ter openbare terechtzitting van het Centraal Tuchtcollege van 25 november 2016, waar zijn verschenen namens klager mr. Visser voornoemd en de gz-psycholoog, bijgestaan door mr. Van Woerden-Poppe voornoemd. Klager is niet ter terechtzitting verschenen. Voorafgaand aan de zitting is door mr. Visser verzocht of hij tijdens de zitting door middel van een telefonische verbinding contact met klager mocht hebben, welk verzoek door het Centraal Tuchtcollege is gehonoreerd.

Zowel de gz-psycholoog en haar gemachtigde als de gemachtigde van klager hebben hun respectieve standpunten nader toegelicht.

2.        Beslissing in eerste aanleg

Het Regionaal Tuchtcollege heeft aan zijn beslissing het volgende ten grondslag gelegd.

“2.       De feiten

Het gaat in deze zaak om het volgende:

Verweerster heeft in opdracht van de officier van justitie te E. als vast gerechtelijk deskundige een psychologisch onderzoek in gesteld naar de persoon van klager. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in december 2013 en januari 2014. Klager kon zich met de conclusies van het onderzoek in het geheel niet verenigen en heeft een klacht ingediend tegen verweerster.

De verdenking tegen klager luidde: mishandeling, vrijheidsberoving en verkrachting. Klager heeft deze strafbare feiten grotendeels ontkend.

3.         Het standpunt van klager en de klacht

Klager stelt zich op het standpunt dat het rapport de noodzakelijke kenmerken van rechtvaardigheid, waarheidsvinding, deskundigheid en gerechtigheid ontbeert door een negatieve bejegening van verweerster naar klager.

Ter onderbouwing heeft klager – kort weergegeven – het volgende aangevoerd:

a)              verweerster heeft klager zeer verontwaardigd bejegend toen hij meedeelde dat hij de middag van het eerste bezoek geen tijd had om met haar te praten. Verweerster legde bij het volgende bezoek zomaar haar voeten op een stoel naast klager, waar klager last van had. Zij gaf geen enkele uitleg daarover. Verweerster heeft klager meermalen boos aangekeken en zij gedroeg zich asociaal en onbeschoft.

b)             Verweerster heeft klager ten onrechte informatie onthouden. Zo is in het rapport ten onrechte opgenomen dat uitleg is gegeven over de vrijwillige status van het onderzoek, het inzagerecht, het beperkte correctierecht en het ontbreken van blokkeringsrecht.

c)              Bovendien heeft verweerster niet eens de moeite genomen om zelf het rapport te komen brengen of dit rapport met klager door te nemen.

d)             Verweerster is niet onafhankelijk en alles is gericht op het opleggen van een TBS aan klager.

e)              Het rapport staat volgens klager vol met onjuistheden en leugens en er is geen sprake van objectiviteit, onder andere bij de klinische observaties en indrukken. Ook in het hoofdstuk over de relatie met aangeefster staan onjuistheden.

f)               Verweerster heeft niet alleen zonder toestemming van klager aangeefster (de echtgenote van klager) benaderd en de van aangeefster verkregen informatie als informatie van derden weergegeven, terwijl klager aan verweerster heeft meegedeeld dat aangeefster kwaad is op klager en dat zij loog over klager, maar verweerster heeft de mededelingen van aangeefster zonder meer als waar aangenomen. Het vermoeden van klager dat aangeefster mogelijk zelf een psychische stoornis heeft, is door verweerster volledig genegeerd. Klager kan niet anders dan concluderen dat verweerster niet objectief en niet onafhankelijk is.

g)             Verweerster is bij het opstellen van het rapport er ten onrechte vanuit gegaan dat klager schuldig was aan de ten laste gelegde feiten.

h)             Verweerster heeft bovendien ten onrechte geconcludeerd dat klager niet getest kon worden vanwege zijn psychotische toestand, terwijl verweerster vervolgens wel de diagnose psychotisch stelt, welke diagnose volgens klager niet klopt. Klager is van mening dat geen diagnose kan worden gesteld als geen testen zijn afgenomen. De diagnose is bovendien onjuist omdat klager gedurende zijn detentie niet psychotisch is geweest en er ook geen aanwijzingen zijn gevonden dat klager psychotische episodes heeft gehad.

i)               Het rapport staat volgens klager bovendien haaks op het rapport van het NIFP E.F.. Klager is van mening dat het rapport niet is opgemaakt zoals van een psycholoog zou mogen worden verwacht en dat dit klachtwaardig is.

4.         Het standpunt van verweerster

Verweerster heeft – kort weergegeven – het volgende aangevoerd. Met betrekking tot de bejegening heeft verweerster bestreden dat zij verontwaardigd zou zijn geweest of dat zij klager heel boos zou hebben aangekeken. Verweerster herkent zich ook niet in de termen ‘asociaal’ en ‘onbeschoft’ waarbij zij ook een concrete onderbouwing mist. Zij erkent dat zij haar voet destijds op een stoel heeft gelegd doch zij heeft klager daarbij de uitleg gegeven dat dit was vanwege een chronische aandoening. Verweerster gaat ervan uit dat zij, zoals zij altijd doet, met betrokkene de standaardprocedure heeft doorgenomen. Zij heeft daarvan echter geen aantekeningen gemaakt.

Verweerster heeft voorts bestreden dat zij niet onafhankelijk zou zijn. De rapportage is opgemaakt na verzoek van de psychiater om uitbreiding van het onderzoek vanwege de complexe diagnostiek. Aanvankelijk was namelijk een monodisciplinair onderzoek opgedragen aan de psychiater. De opdracht is conform de regels gegeven door de Officier van Justitie maar dat duidt niet op enige afhankelijkheid. Verweerster bestrijdt dat zij invloed heeft op de straf of dat zij bij de advisering is gedreven door emoties. Verweerster heeft enkel de kans op recidive afgewogen. Verweerster bestrijdt voorts dat zij ervan uit is gegaan dat klager het ten laste gelegde zou hebben begaan. Een deel van het ten laste gelegde heeft klager overigens wel erkend. Verweerster heeft het ‘ten laste gelegde’ als geheel benoemd in haar rapportage en klager ook aangemerkt als een ontkennende verdachte.

Met betrekking tot de deskundigheid en de procedure heeft verweerster opgemerkt dat klager ten onrechte stelt dat er nog nooit een psychotische stoornis zou zijn vastgesteld. Zij verwijst daarbij naar het voorgeleidingsconsult NIFP van 22 oktober 2013 waar de diagnose “schizofrenie” zou zijn vastgesteld en het voorgeleidingsconsult van NIFP van 13 september 2013 waarin is opgenomen dat klager “zou kampen met recidiverende psychoses, pathologisch gokken en cocaïne misbruik. Tijdens de psychosen zou hij uren hardop voorlezen uit de Bijbel.” De psychiater kon op het moment van onderzoek geen psychotische stoornis constateren maar dat betekent volgens verweerster niet dat haar bevindingen haaks op die van de psychiater staan of dat de mederapporteur zich zou hebben aangesloten bij haar bevindingen. Verweerster staat achter haar eerdere conclusies.

De wijze waarop klager heeft kunnen reageren op het rapport is niet zoals te doen gebruikelijk, echter was verweerster van mening dat de situatie op voorhand als potentieel gevaarlijk kon worden ingeschat, zodat zij heeft gemeend er beter aan te doen om het rapport door een derde af te laten geven en klager de gelegenheid te geven schriftelijk te reageren, welke reactie ook aan het rapport is gehecht. Dat de procedure met betrekking tot het horen van aangeefster niet correct zou zijn verlopen wordt betwist door verweerster. Het stond verweerster naar haar mening vrij om contact op te nemen en zij achtte dit van belang voor de diagnostiek, omdat nadere informatie over de relatie tussen klager en aangeefster van belang was voor de inschatting van de recidivekansen. De verkregen informatie sloot ook overigens naadloos aan bij de aan de aangifte gekoppelde sfeerrapportage. Verweerster is van mening dat de klacht ongegrond dient te worden verklaard.

5.         De overwegingen van het college

Het college stelt voorop dat op de relatie tussen klager en verweerster de Beroepscode voor psychologen 2007 van het Nederlands Instituut voor Psychologen van toepassing is (de Code) en aanvullend daarop de gedragscode voor psychologen pro-justitia rapporteur. Daarnaast is het college van oordeel dat in onderhavige zaak acht dient te worden geslagen op de criteria waaraan een deskundigenrapport wordt getoetst, welke criteria als volgt luiden:

1.              de rapportage vermeldt de feiten, omstandigheden en bevindingen waarop het berust;

2.              het rapport geeft blijk van een geschikte methode van onderzoek om de voorgelegde vraagstelling te kunnen beantwoorden;

3.              in het rapport wordt op inzichtelijke en consistente wijze uiteengezet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen;

4.              het rapport vermeldt de bronnen waarop het berust, daaronder begrepen de gebruikte literatuur en de geconsulteerde personen;

5.              de rapporteur blijft binnen de grenzen van zijn deskundigheid.

Het college dient ten volle te toetsen of het onderzoek door de deskundige – hier de psycholoog – uit het oogpunt van vakkundigheid en zorgvuldigheid de tuchtrechtelijke toets der kritiek kan doorstaan. Ten aanzien van de conclusie van de rapportage wordt beoordeeld of de deskundige in redelijkheid tot haar conclusie heeft kunnen komen.

Met betrekking tot klachtonderdeel a) overweegt het college als volgt. In gevallen, waarin de lezingen van partijen over de feitelijke gang van zaken uiteenlopen en niet kan worden vastgesteld welke van beide lezingen aannemelijk is, kan een verwijt dat gebaseerd is op de lezing van klager in beginsel niet gegrond worden bevonden. Dit berust niet op het uitgangspunt dat het woord van klager minder geloof verdient dan dat van verweerster, maar op de omstandigheid dat voor het oordeel dat een bepaalde gedraging of bepaald nalaten verwijtbaar is eerst moet worden vastgesteld dat er een voldoende feitelijke grondslag voor dat oordeel bestaat welke grondslag in onderhavige zaak ontbreekt. Dit klachtonderdeel is derhalve ongegrond.

Met betrekking tot klachtonderdeel b) oordeelt het college dat ingevolge voornoemde Code en de aanvullende gedragscode de informatie over het onderzoek, de rol en positie van de rapporteur en de werkwijze en vraagstelling bij voorkeur niet alleen mondeling maar ook schriftelijk dient te worden gegeven. Verweerster erkent dat zij de informatie in ieder geval niet schriftelijk heeft gegeven. In zoverre heeft verweerster niet voldaan aan de in de Code genoemde bepalingen, terwijl ook door klager uitdrukkelijk wordt bestreden dat deze informatie door hem is ontvangen. Daarmee kan niet worden vastgesteld dat verweerster heeft gehandeld in overeenstemming met de regels met betrekking tot inzage en afschrift, correctie en de (onmogelijkheid van) blokkering van de rapportage zodat dit klachtonderdeel naar het oordeel van het college gegrond is. Bovendien kan uit de rapportage worden opgemaakt dat verweerster de assistente die zij had meegenomen, niet aan klager had voorgesteld, getuige het feit dat klager kennelijk heeft gevraagd naar haar naam. Het behoort naar het oordeel van het college tot de elementaire beginselen van het uitvoeren van een onderzoek als het onderhavige, om de onderzochte, in dit geval klager, te informeren over de status en de personen die hulp bieden bij het uitvoeren van het onderzoek, ook als het werk van een assistente zich – naar zeggen van verweerster – beperkt tot het maken van aantekeningen tijdens de gesprekken. Ook in zoverre is de klacht omtrent het ontbreken van informatie gegrond. Het college hecht er overigens aan te vermelden dat de betreffende assistente van verweerster niet medisch geschoold was, doch een journalist in opleiding, welke hoedanigheid ten minste aan klager had moeten worden medegedeeld nu zij als zodanig niet tuchtrechtelijk kan worden aangesproken. Ook deze informatie is niet aan klager meegedeeld.

Klachtonderdeel c) is naar het oordeel van het college eveneens gegrond. Verweerster stelt dat zij het rapport niet zelf aan klager heeft overhandigd omdat zij de situatie als potentieel gevaarlijk inschatte en er geen mogelijkheden waren om in aanwezigheid van een medewerker van de P.I. het rapport te bespreken met klager. Zij wilde klager evenwel het inzage- en correctierecht niet onthouden en heeft haar assistente gestuurd om de zaak niet verder te laten escaleren. Het college mist in dit handelen vooreerst de duidelijkheid in de communicatie die jegens klager mocht worden verwacht. Het rapport betreft immers een psychologisch onderzoek naar klager waarvoor geen blokkeringsrecht geldt maar wel een correctierecht wanneer klager aannemelijk maakt dat het om onjuiste, onvolledige of niet terzake dienende gegevens gaat. Dit recht kan klager niet ontnomen worden, ook niet op grond van een door verweerster ingeschatte potentieel gevaarlijke situatie. Verweerster had klager ten minste moeten (laten) informeren over de wijze waarop klager zijn opmerkingen zou kunnen maken en een toelichting zou kunnen geven en krijgen. Verweerster had derhalve de mogelijkheden moeten onderzoeken of informatie en toelichting op zo helder mogelijke wijze zouden kunnen worden geven. Dat verweerster dit zou hebben onderzocht is niet gebleken. 

Klachtonderdeel d) is naar het oordeel van het college ongegrond, reeds omdat, wat er ook zij van de deugdelijkheid van de rapportage in het licht van hetgeen hierna wordt overwogen, niet kan worden vastgesteld dat verweerster bewust uit was op het benadelen van klager.

Met betrekking tot de klachtonderdelen e), f) g) en h) overweegt het college als volgt.

Het college mist om te beginnen in het rapport een gedegen verantwoording en uitleg van de setting van de contacten tussen klager en verweerster, de duur van de gesprekken en een onderbouwing van de reden waarom de aangeefster in het kader van een referentie telefonisch is bevraagd.

Het college is  voorts van oordeel dat het rapport diverse malen op een tendentieuze en subjectieve wijze verslag doet van de contacten tussen klager en verweerster. Het college wijst daarbij op onder meer de volgende passages:

“(pag 6) Gezien de tijd van het jaar en de wijze waarop betrokkene zich beweegt, heeft rapporteur de indruk dat zijn manier van kleden gericht is op het verkrijgen van aandacht en gericht is op imponeren. (…) in het tweede gesprek is betrokkene nog steeds overweldigend druk en dominant aanwezig. De sfeer voelt grimmig en dreigend aan, betrokkene is opgefokt en geladen. Hij tracht dat te verbergen achter een flitsende maar zeer onechte glimlach. Rapporteur heeft het gevoel op eieren te moeten lopen om het contact niet te verliezen en het is bijna een kunst om betrokkene niet te krenken. (…)

(pag 8, weergave van citaat van aangeefster:) ‘Ze raakte haar baan kwijt door overvloedige seks, daardoor functioneerde ze niet meer. Ze zeggen dat het door hem kwam’ (hahaha, betrokkene barst in lachen uit) (…)

(pag 9) Met nauwelijks onderdrukte agressie zegt betrokkene (…) Als de rapporteur vraagt hoe het komt dat aangeefster verklaart dat zij, sinds zij hem kent, 250.000 euro heeft uitgegeven, reageert betrokkene zeer onaangenaam en lacht hij rapporteur met nauwelijks bedwongen woede uit (…)

(pag 12) (…) Hij raakt dan een beetje ontremd maar niet in de zin dat hij iemand zou verkrachten ‘ook niet als je daarop uit bent hahaha’(…)”

Het rapport ontbeert tevens een deugdelijke onderbouwing waarom de testpsychologische onderzoeken niet konden worden afgenomen. Ook ontbreekt in het rapport een toelichting waarom niet is overgegaan tot het stellen van persoonlijkheidsvragen evenals tot het navragen van biografische gegevens zoals het verleden van klager, de gezinssituatie, de opleiding en dergelijke. Naar het oordeel van het college ontbeert derhalve de diagnose van een schizo-affectieve stoornis met narcistische en antisociale persoonlijkheidstrekken een deugdelijke onderbouwing. Verweerster merkt in haar rapport op dat in klagers presentatie ontremming en een vertekend realiteitsbesef op de voorgrond staan, dat sprake is van seksuele ontremming en dat het evident is dat klager de realiteit op een ander wijze ervaart dan anderen, maar het college kan uit het rapport niet opmaken op welke gegevens deze vaststellingen zijn gebaseerd. Verweerster stelt niet nader onderbouwd dat het na drie maanden detentie weinig waarschijnlijk is dat er sprake zou zijn van ontwenningspsychoses die eerder de oorzaak waren van een verstoord realiteitsbesef.  Voor het college is derhalve volstrekt onduidelijk waar verweerster haar conclusies en bevindingen op heeft gebaseerd. Zulks klemt temeer nu eerder de door verweerster geconstateerde diagnose niet is gesteld bij klager. Dat klager mogelijk aan verder specifiek onderzoek en testen niet wenste mee te werken doet er niet aan af dat op inzichtelijke en consistente wijze uiteen dient te worden gezet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen.  Naar het oordeel van het college ontbreekt in het rapport de inzichtelijke en consistente uiteenzetting die nodig is om de conclusies te kunnen onderbouwen en waren er zeker verdere tests van klager mogelijk geweest.

Het college is voorts van oordeel dat in het rapport niet inzichtelijk is gemaakt waarom verweerster met aangeefster contact heeft opgenomen in het kader van de informatie van derden. Juist is weliswaar dat verweerster ook zonder toestemming van klager aangeefster mocht benaderen, echter welke toegevoegde waarde dit contact kon hebben voor de beoordeling van de psychologische toestand van klager blijkt niet uit de rapportage. Dat het contact van belang was voor de vaststelling van de recidivekansen, zoals door verweerster is aangevoerd, kan het college niet volgen, reeds omdat verweerster zelf heeft aangegeven dat de informatie die zij van aangeefster ontving, niet afweek van hetgeen zij reeds uit de aangifte had gedestilleerd. Bovendien is niet gebleken dat verweerster rekening heeft gehouden met de mogelijkheid dat de informatie van aangeefster gekleurd zou zijn juist vanwege de ten laste gelegde feiten. Het college is dan ook van oordeel dat de klachtonderdelen

e)  f) en h) in zoverre gegrond zijn. Daaraan doet niet af dat het college niet heeft kunnen vaststellen of verweerster ervan uit is gegaan dat klager schuldig zou zijn aan de ten laste gelegde feiten en klachtonderdeel g) in zoverre ongegrond is.

Met betrekking tot klachtonderdeel i) is het college van oordeel dat deze klacht ongegrond is, nu het NIFP wel degelijk tot een eigen conclusie is gekomen. Dat overigens volgens verweerster de mederapporteur tot eenzelfde conclusie is gekomen is naar het oordeel van het college onjuist. De mederapporteur heeft immers geen stoornis vastgesteld.

Gelet op al het vorenoverwogene zal aan verweerster een maatregel dienen te worden opgelegd. Over de vraag welke maatregel passend is overweegt het college dat de rapportage niet aan de te stellen eisen voldeed. Het college neemt voorts in aanmerking dat het college aan verweerster reeds eerder, bij beslissing van 25 juli 2007, een tuchtrechtelijke maatregel heeft opgelegd gekregen ter zake van onder meer onvoldoende objectiviteit bij het opmaken van de rapportage. Gelet op deze eerdere maatregel wordt door het college betwijfeld of verweerster inziet dat haar handelen beneden de maat is. Naar het oordeel van het college is de maatregel van berisping derhalve thans passend.”

3.        Vaststaande feiten en omstandigheden

Voor de beoordeling van het beroep gaat het Centraal Tuchtcollege uit van de feiten en omstandigheden zoals deze zijn vastgesteld door het Regionaal Tuchtcollege, met de toevoeging dat er in het onderhavige geval sprake was van een dubbel secundair onderzoek.

4.        Beoordeling van het beroep

4.1       De gz-psycholoog is onder aanvoering van negen grieven in beroep gekomen van de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege voor zover daarbij de klacht gegrond is verklaard. Het beroep strekt ertoe dat de gegrond verklaarde klachtonderdelen alsnog ongegrond worden verklaard, althans dat bij (gedeeltelijke) gegrond verklaring oplegging van een maatregel achterwege blijft dan wel dat een lagere maatregel zal worden opgelegd.

4.2       Klager heeft in beroep verweer gevoerd. Hij concludeert – impliciet – tot verwerping van het beroep van de gz-psycholoog en tot bevestiging van de bestreden beslissing.

4.3      Het Centraal Tuchtcollege neemt de eerste alinea van de overwegingen van het Regionaal Tuchtcollege onder 5. omtrent de toepasselijkheid van de Beroepscode over.

Met betrekking tot de thans nog aan de orde zijnde klachtonderdelen overweegt het Centraal Tuchtcollege als volgt.

Ad b.

Klager stelt dat hij onder meer geen uitleg heeft gekregen over de vrijwillige status van het onderzoek, het inzagerecht, het beperkte correctierecht en het ontbreken van blokkeringsrecht.

Het rapport vermeldt onder 1. ONDERZOEKSOPZET dat betrokkene bij aanvang van het onderzoek uitleg heeft gehad aangaande de vrijwillige status van zijn deelname, het doel van het onderzoek, zijn inzagerecht, het beperkte correctierecht en het ontbreken van blokkeringsrecht.

Het Centraal Tuchtcollege heeft, anders dan het Regionaal Tuchtcollege, geen reden er aan te twijfelen dat deze uitleg heeft plaats gevonden, temeer niet nu uit het als bijlage 2 bij het beroepschrift overgelegde format voor het psychologisch onderzoek blijkt dat een en ander niet in de voorgedrukte tekst staat en derhalve door de gz-psycholoog bewust is toegevoegd.

Dat ook overige informatie aan klager zou zijn onthouden danwel dat de gz-psycholoog haar assistente niet zou hebben voorgesteld is het Centraal Tuchtcollege niet gebleken.

Klachtonderdeel b. is derhalve ongegrond.

Ad c.

Met het Regionaal Tuchtcollege is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat een potentieel gevaarlijke situatie geen reden is om het zelfstandig overhandigen van het rapport aan klager achterwege te laten.

Op dit punt kan het beroep niet slagen.

Ad e.

Ook het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het rapport elementen bevat die tendentieus en subjectief interpreterend zijn. Zo vermeldt het rapport onder 4. KLINISCHE OBSERVATIES EN INDRUKKEN onder meer:

“…De sfeer voelt grimmig en dreigend aan, betrokkene is opgefokt en geladen. Hij tracht dat te verbergen achter een flitsende maar zeer onechte glimlach. Rapporteur heeft het gevoel op eieren te moeten lopen om het contact niet te verliezen en het is bijna een kunst om betrokkene niet te krenken. …”.

Ook op dit onderdeel slaagt het beroep niet.

Ad f.

Klager stelt dat de gz-psycholoog niet objectief en onafhankelijk is, nu zij zonder meer is afgegaan op de informatie die ze van aangeefster heeft verkregen, terwijl klager heeft aangegeven dat zij mogelijk zelf een psychische stoornis heeft. Daarnaast heeft zij aangeefster zonder toestemming benaderd.

Het Centraal Tuchtcollege is met het Regionaal Tuchtcollege van oordeel dat niet vereist is dat de gz-psycholoog toestemming aan klager moest vragen alvorens aangeefster te benaderen.

De gz-psycholoog heeft echter onder 7. INFORMATIE VAN DERDEN louter informatie die zij heeft verkregen van aangeefster weergegeven. De gz-psycholoog had haar informatie van derden in het onderhavige geval niet mogen beperken tot aangeefster, het slachtoffer van de aan klager ten laste gelegde feiten. De gz-psycholoog heeft evenmin aangegeven hoe zij deze informatie heeft gewogen bij de beantwoording van de vragen en in haar uiteindelijke conclusie. Zo heeft zij bijvoorbeeld bij de beantwoording van vraag 5.b. ook slechts de verklaring van aangeefster gebruikt.

Ook het Centraal Tuchtcollege acht dit klachtonderdeel derhalve in zoverre gegrond.

Ad h.

Het Centraal Tuchtcollege is, anders dan het Regionaal Tuchtcollege, van oordeel dat de gz-psycholoog een testpsychologisch onderzoek achterwege kon laten als zij van mening was dat dit niet mogelijk was in verband met het psychiatrisch toestandsbeeld van klager.

De DSM-IV diagnose kan ook zonder testdiagnostiek worden gesteld, zodat de onder As-1 vermelde schizo-affectieve stoornis juist kan zijn.

Omtrent het al dan niet psychotisch zijn geweest van klager kan het Centraal Tuchtcollege geen oordeel geven.

Het beroep op dit klachtonderdeel slaagt derhalve.

4.4 Op te leggen maatregel

Het Centraal Tuchtcollege neemt – ondanks gedeeltelijk gegrondverklaring van het beroep zoals hiervoor is weergegeven – de maatregel van berisping en de overwegingen hieromtrent van het Regionaal Tuchtcollege over. Hieraan doet niet af dat de gz-psycholoog ter zitting van het Centraal Tuchtcollege heeft aangegeven dat ze haar werkwijze inmiddels heeft aangepast.

5.        Beslissing

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

vernietigt de beslissing waarvan beroep voor wat betreft de klachtonderdelen b. en h;

verklaart deze klachtonderdelen alsnog ongegrond;

verwerpt, met instandhouding van de maatregel van berisping, het beroep voor het overige.

Deze beslissing is gegeven door: mr. A.D.R.M Boumans, voorzitter,

mr. L.F. Gerretsen-Visser en mr. A.R.O. Mooy, leden-juristen en drs. E.D. Berkvens en

mr. drs. L.C. Mulder, leden-beroepsgenoten en mr. M.D. Barendrecht-Deelen, secretaris, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 december 2016.

Voorzitter   w.g.                                Secretaris  w.g.

Torrenga, R. A.

Jurist-voorzitter van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg tot 1 jan 2010.Beide ouders waren medisch specialist. Handhaaft disfunctionerend systeem van tuchtrecht ter bescherming van medische beroepsgroep ten koste van slachtoffers/nabestaanden van medische fouten.

Toukhi, Mohammad Daud

Tandarts Mohammad Daud Toukhi mag zijn beroep sinds 9 november 2006 niet langer uitvoeren en is doorgehaald in het BIG-register.

Trommel, M.F. van

Achternaam
Trommel, Michiel Frank van
Geslacht
Man
BIG-nummer
19024350001
Beroep
Arts
Specialisme
Orthopedie (orthopeed)
Plaats
Aerdenhout
Maatregel
Bij de inschrijving in het register van artsen is per 21 november 2017 aangetekend dat deze zorgverlener een berisping is opgelegd. De maatregel is opgelegd vanwege: onjuiste behandeling en/of verkeerde diagnose.

Troost, L.

Achternaam
Troost, Leendert
Geslacht
Man
BIG-nummer
99000127230
Beroep
Verpleegkundige

Plaats

Portugaal
Maatregel
Bij de inschrijving in het register van verpleegkundigen is per 3 januari 2019 aangetekend dat deze zorgverlener een berisping is opgelegd. De maatregel is opgelegd vanwege: grensoverschrijdend gedrag.

Trossel, Robert

De Nederlandse arts Robert Trossel die in 2010 door het Britse tuchtcollege uit zijn ambt werd gezet, kan ook niet meer in Nederland werken. Als gevolg van aangescherpte regelgeving werd hij afgelopen maart ook doorgehaald in het Nederlandse artsenregister. Onlangs verloor hij de rechtszaak, waarmee hij die maatregel probeerde terug te draaien. Dat bevestigt zijn advocaat.

Robert Trossel. Beeld: PMC Robert Trossel. Beeld: PMC

Trossel raakte in 2006 in opspraak, nadat het televisieprogramma Newsnight had onthuld dat hij bij Britse patiënten een stamceltherapie toepaste die in Engeland destijds verboden was. Dat leidde er uiteindelijk toe dat de Britse pendant van ons medisch tuchtcollege, de General Medical Council (GMC) hem in oktober 2010 een beroepsverbod oplegde. In Nederland kon Trossel echter blijven doorwerken. Maar toen in de zomer van 2012 de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (wet BIG) werd aangescherpt, werd het mogelijk om Nederlandse artsen die in het buitenland niet meer mogen werken, ook in Nederland uit te sluiten.

Als gevolg daarvan werd Trossels inschrijving in het Nederlandse artsenregister op 28 maart 2013 doorgehaald. Nadat zijn bezwaar tegen de maatregel was afgewezen door de minister van Volksgezondheid, stapte de arts naar de rechter. Daar wees Trossel er onder meer op dat de eigenlijke behandeling van de Britse patiënten niet plaatsvond in Engeland, maar in Nederland. Daar was de behandeling destijds wel toegestaan.

Voor de Britse tuchtrechter was dat geen reden om van de maatregel af te zien. De GMC oordeelde dat ook de advisering over de behandeling valt onder ‘medisch handelen’, en dat de arts daardoor de regels heeft overschreden. Bovendien verweet de GMC de arts dat hij de belangen van zijn patiënten schaadde, misbruik maakte van zijn positie als arts, kwetsbare patiënten uitbuitte, patiënten misleidend informeerde, en onterecht hoop gaf op herstel.

Voor het doorhalen van de artsenregistratie in Nederland als gevolg van een buitenlandse beroepsbeperking is onder de aangescherpte wet geen nieuwe beoordeling nodig. Uit een recent vonnis dat vorige week openbaar werd, blijkt dat de Haagse rechtbank onlangs oordeelde dat de Nederlandse inschrijving op goede gronden is doorgehaald. Ook faalde Trossels beroep op de zogenoemde hardheidsclausule, waaronder in buitengewone gevallen een uitzondering op doorhaling kan worden gemaakt. Volgens Trossels juridisch raadsman Ger Kranendonk gaat de arts tegen de uitspraak van de Haagse rechter in hoger beroep. ‘Er is op deze uitspraak heel wat af te dingen. De hele gang van zaken is buitengewoon onzorgvuldig geweest.’

Trossel is niet de enige arts die zijn inschrijving in het BIG-register het afgelopen jaar verloor als gevolg van de aangescherpte wet die het mogelijk maakt in het buitenland geschrapte artsen ook in Nederland door te halen. Zo verloor in maart de omstreden patholoog-anatoom Dick van Velzen zijn BIG-registratie, en in augustus de orthopedisch chirurg Joan Schrijvers.

Mathijs Smit

Lees ook:

Online gepubliceerd op: 27 november 2013

Trotsenburg, M.A.A. van

Naam
Trotsenburg, Michael Anne Albert van
Geslacht
Man
BIG-nummer
9063768501
Beroep
Arts
Specialisme
Obstetrie en gynaecologie (gynaecoloog)
Plaats

Wenen, Oostenrijk
Maatregel
Bij de inschrijving in het register van artsen is per 30 april 2018 aangetekend dat deze zorgverlener een berisping is opgelegd. De maatregel is opgelegd vanwege: geen of onvoldoende zorgverlening.

www.zorgkaart.nl

Gynaecoloog Trotsenburg, M.A.A. van Cijfer 6

Er zijn 15 waarderingen.
53% beveelt deze zorgverlener aan.

Deze zorgverlener heeft 15 waarderingen in totaal, waarvan 15 bij zijn/haar huidige werkgever(s) en 0 waarderingen bij zijn/haar eerdere werkgever(s), waaronder:

  • 3.3

    Ziekenhuis VUmc, locatie De Boelelaan – Amsterdam

    2 maart 2017 – Goedgekeurd door de redactie

    Deze arts heeft afgelopen paar maanden op Bonaire gewerkt. Luiters wel, belooft veel en daarna niets meer. Is gewoon naar Nederland terug gegaan zonder ons te informeren over een…

    1 persoon vindt dit een nuttige waardering.

  • 3.3

    Ziekenhuis VUmc, locatie De Boelelaan – Amsterdam

    6 september 2016 – Goedgekeurd door de redactie

    Ik had al 2 weken ernstige klachten na een operatie uitgevoerd door dr. van Trotsenburg. Ik kon alleen maar huilend in bed liggen. Pas na een week kon ik bij hem terecht. Hij nam mijn pijn absoluut…

    6 personen vinden dit een nuttige waardering.

  • 4.0

    Ziekenhuis VUmc, locatie De Boelelaan – Amsterdam

    12 april 2016 – Goedgekeurd door de redactie

    Deze man raadde mij sterk aan om een operatie te ondergaan, zonder een duidelijke medische noodzaak. “Alle anderen doen dit wel gewoon, dus jij kan het beter ook laten doen. Dan kan je eerder je…

    1 persoon vindt dit een nuttige waardering.

  • Ziekenhuis VUmc, locatie De Boelelaan – Amsterdam

    7 oktober 2015 – Goedgekeurd door de redactie

    Dr Trotsenburg heeft mij vele jaren behandeld en een heel kundig man! En ook heel relaxed, gaf mij altijd het gevoel ik ben bijzonder en weet zeker hij was er voor mij. Heel hartelijk dank Will…

  • Ziekenhuis VUmc, locatie De Boelelaan – Amsterdam

    17 april 2015 – Goedgekeurd door de redactie

    zeer goede ervaringen met deze arts als endocrinoloog, zeer bekwaam, aardige man, neemt de tijd, geeft duidelijke heldere uitleg en is bereid naar oplossingen te zoeken met de patient. Ik kan me…

    2 personen vinden dit een nuttige waardering.

  • 2.2

    Ziekenhuis VUmc, locatie De Boelelaan – Amsterdam

    29 maart 2015 – Goedgekeurd door de redactie

    Laatste bezoek als zeer onprettig beschouwd. Dhr Trotsenburg luistert niet naar mijn lichamelijke klachten die door HRT zeer ernstige gevolgen kan hebben. Ik heb duidelijk gevraagd om op nierfunctie…

    3 personen vinden dit een nuttige waardering.

  • 9.8

    Ziekenhuis VUmc, locatie De Boelelaan – Amsterdam

    16 september 2014 – Goedgekeurd door de redactie

    Eerste keer zeer uitgebreid gesproken op de poli. Hij denkt mee want ik had medicatie wat veel gedoe geeft en hij had een goed alternatief. Hij vraagt goed uit! Ik zat met een gevoelig onderwerp maar…

    2 personen vinden dit een nuttige waardering.

  • 1.7

    Ziekenhuis VUmc, locatie De Boelelaan – Amsterdam

    23 juni 2014 – Goedgekeurd door de redactie

    Een arts die niet naar je luistert. Is behoorlijk eigenwijs en trekt zich nergens van aan. Drijft eigen zin door, en neemt ook geen verantwoordelijkheid zodra iets fout gaat. Toont vluchtgedrag vind…

    4 personen vinden dit een nuttige waardering.

  • 9.2

    Ziekenhuis VUmc, locatie De Boelelaan – Amsterdam

    29 augustus 2013 – Goedgekeurd door de redactie

    Dr. Trotsenburg heeft mij SUPER fijn bejegend, luisterde uitstekend naar me en voorzag mij van goede informatie t.o.z. van het nemen van de Mirena-spiraal. De plaatsing daarvan deed hij zeer…

  • 7.3

    Ziekenhuis VUmc, locatie De Boelelaan – Amsterdam

    4 december 2012 – Goedgekeurd door de redactie

    arts die transgenders serieus neemt en heel goed weet waarover het gaat. Als hormoondoktor top. Als gynaecoloog nog geen ervaring met hem. Jammer dat zijn secretariaat zo slecht is.

    2 personen vinden dit een nuttige waardering.

  • 2.7

    Ziekenhuis VUmc, locatie De Boelelaan – Amsterdam

    5 december 2011 – Goedgekeurd door de redactie

    Ik ken een aantal post transseksuelen die nu m.b.t. de nazorg in de problemen zitten nu de meno-implant uit de handel is gehaald, waarvan ze afhankelijk zijn voor het binnenkrijgen van voldoende…

    4 personen vinden dit een nuttige waardering.

  • 8.3

    Ziekenhuis VUmc, locatie De Boelelaan – Amsterdam

    14 oktober 2011 – Goedgekeurd door de redactie

    Ik ken dokter van Trotsenburg ook via het gender team. Hij heeft veel voor mij gedaan als arts en als directeur ven het gender team. Hij is voor mij opgekomen toen ik het hard nodig had. Ik ben door…

  • 6.5

    Ziekenhuis VUmc, locatie De Boelelaan – Amsterdam

    2 september 2011 – Goedgekeurd door de redactie

    Ik ken dr. Van Trotsenburg als endocrinoloog van het Genderteam van het VUmc. Hij komt erg afstandelijk over, hoewel hij toch een bepaald soort humor heeft. Voor wat betreft de behandeling heb ik…

    1 persoon vindt dit een nuttige waardering.

  • 6.2

    Ziekenhuis VUmc, locatie De Boelelaan – Amsterdam

    7 februari 2011 – Goedgekeurd door de redactie

    Ik heb ervaring met de heer Van Trotsenburg vanuit zijn functie als endocrinoloog bij het genderteam in Amsterdam. Het is iemand die weet waar hij over praat. Wel lopen afspraken stelselmatig uit…

    1 persoon vindt dit een nuttige waardering.

  • 5.0

    Ziekenhuis VUmc, locatie De Boelelaan – Amsterdam

    19 november 2010 – Goedgekeurd door de redactie

    Ik vind dr. Trotsenburg een enge arts. Hij maakte me ongerust met informatie die achteraf niet bleek te kloppen. Ik heb daarna ook gevraagd om een andere arts.

    1 persoon vindt dit een nuttige waardering.

Tulleken, C.A.F.

Naam
C.A.F. Tulleken
Geslacht
Man
BIG-nummer
59024361701
Beroepsgroep
Artsen
Beperking BIG-register
Bij de inschrijving in het register van artsen is per 31 juli 2013 aangetekend dat deze zorgverlener een berisping is opgelegd. De maatregel is opgelegd vanwege: schending van het beroepsgeheim.
Datum maatregel
31-07-2013